De speech die ik voor de
kandidaatstellingscommissie hield.
De opdracht was een betoog te houden naar
aanleiding van het rapport ‘Staat
van de stad’
|
Gelijk geluk Als je van OudZuid naar
Westerpark fietst via Oud-West naar de Baarsjes en Bos en Lommer zie je het
straatbeeld veranderen. ‘Leuk!’ denk ik dan. Ik heb die route ook eens
gelopen op koninginnedag. Overal was het feest, maar het feest veranderde van
karakter. Van de oranjehossende bierdrinkers kwam ik in een soort van
barbecue’ende braderie terecht. Ik hou daar van. Ik vind dat leuk. Maar als je het rapport ‘Staat van de stad’ leest dan
zie je dat je aan elke buurt een rapportcijfer kunt hangen en dat achter die rapportcijfers
reële problemen schuilgaan. Werkloosheid. Armoede. Want ook die
rapportcijfers verschillen. Het beeld doemt op van een stad die onder
sociaal-democratisch bewind tracht ongelijkheden weg te poetsen, maar daar
onvoldoende in slaagt. Is dit erg? Ik vindt van wel. Vanuit een moreel besef,
maar ook vanuit praktische overwegingen. Een slechtere beheersing van de taal
leidt tot meer werkloosheid. Meer werkloosheid leidt tot meer armoede. Meer
armoede leidt tot het wonen in kleinere huizen, jongeren gaan meer op straat
rondhangen: meer onveiligheid. Ik zie een concentratie van problemen, zoals in de
Transvaalbuurt waar ik nog eens heb lesgegeven, de Kolenkitbuurt waar ik op
voetbal heb gezeten en Nieuwendam in Amsterdam-Noord: dat kan niet goed zijn.
Dit zijn wijken waar én de leefsituatie ’t slechtste is, maar ook de
segregatie het hoogste. Gelukkig zijn en het bestrijden van ongelijkheid van
geluk: daar is het mij om te doen. Het gaat mij niet om een paar procenten
meer of minder koopkracht: daar ben ik heel erg voor maar dat moeten ze in
Den Haag regelen. Tegen de huidige Haagse wind valt niet op te compenseren.
Structurele gaten zijn met tijdelijke maatregelen gedekt, bijvoorbeeld bij
het armoedebeleid. Dat gaat nog problemen opleveren de volgende periode.
Voorlopig zal de ongelijkheid in de inkomensverdeling dus nog wel even
toenemen denk ik, temeer daar de arbeidsmarkt altijd achter de economie
aanhobbelt en die economische groei vooralsnog niet veel voorstelt. Wat ons
te doen staat als gemeentelijke sociaal-democraten is voorkomen dat die
achteruitgang in inkomen ook een achteruitgang in geluk en kansen betekent. Om daarin te slagen moet de sociaal-democratische
politiek radicaler, origineler, niet volgens de ouderwetse manier, maar via
slimme creatieve plannen voor de toekomst. De oplossingen die as we speak worden uitgevoerd bieden
geen soelaas. Grootschalige stadsvernieuwing doorkruist vaak de sociale samenhang
in de wijk en schiet daar haar doel voorbij. In het reeds genoemde Nieuwendam
wordt voor zo’n 25 miljoen aan stenen verplaatst. Ik moet nog zien dat het
werkt om ook de situatie van de mensen te verbeteren. Want een mens
leeft niet bij steen alleen. Neem nu bijvoorbeeld Betondorp, waar het postkantoor
verdween en ook de sigarenboer. Die sigarenboer hield voor de ouderen de pincode
bij, omdat ze die niet konden onthouden. Dat zijn dingen die je nooit in
beleidsnota’s vindt en die passen niet in de mallen en het wereldbeeld van
Stopera bewoners. Maar ze bepalen wel of mensen gelukkig zijn in hun buurt.
Nu moeten ze met de rollater naar station Amstel. De wethouder of de
raadscommissie had naar de directeur van de Postbank moeten stappen en
zeggen: ik wil dat postkantoor houden! Dat noem ik creatieve politiek. Zelf
de zaken veranderen. Het geluk van mensen wordt soms door goedbedoeld
sociaal-democratisch beleid verstoort. Ik noemde al het
stadsvernieuwingsbeleid: goedbedoeld, maar door de focus op de stenen
verliest men de mens uit het oog. Of neem de schoolkeuze in het
basisonderwijs. Door het zogenaamde postcodebeleid moeten mensen een keus
maken uit één van de scholen in hun eigen stadsdeel. In de Baarsjes heb je
dan veel minder keus dan bijvoorbeeld in Amsterdam-Noord. Niet handig en het
leidt tot ergernissen. Wat als je naar Montessorionderwijs wilt, maar dit
ontbreekt toevallig in je stadsdeel? Ik wil nog wat verder gaan. Het zijn niet alleen de
onbedoelde effecten van goedbedoeld beleid waardoor Amsterdammers aangetast
worden in hun geluk. Soms worden problemen voor Amsterdammers eenvoudigweg
door laksheid van de gemeente veroorzaakt. Waarom moet een ondernemer maanden
wachten op een vergunning voor een verbouwing? Je zou denken: omdat we moeten
uitkijken dat anderen daar niet door belemmerd worden of dat het veilig is.
Maar je maakt mij niet wijs dat dat niet sneller bekeken kan worden. Ik zal
dus pleiten voor een maximale vergunningstermijn van 2 weken. Want anders wordt het draagvlak onder de solidariteit
weggevaagd. Keer op keer, jaar op jaar moeten degenen die betalen voor
solidariteit weer overtuigd worden van nut en noodzaak. Het gaat dan om de
middengroepen, kleine ondernemers, gezinnen met kinderen en een modaal
inkomen die bijvoorbeeld de kosten en bureaucratie van de kinderopvang zien
stijgen. De vrouw gaat dan toch maar weer stoppen met werken. Balen. Om draagvlak te behouden voor investeringen in de
buurten en de mensen waar het het slechtst mee gaat is het ook van wezenlijk
belang dat we kritischer zijn op de uitgaven aan de overheid zelf. Waarom
moet een stel ambtenaren met een straatwaarde van 40 miljoen € de wethouders
adviseren in de Stopera? Ik wil deze enthousiaste mensen die zich met plezier
inzetten voor de stad letterlijk op straat zetten. We moeten de ‘Staat van de
stad’-statistiekjes op straatniveau in de gaten houden, we moeten dit
combineren met gegevens over bijvoorbeeld vuiligheid op straat en
onveiligheid. Dan kunnen we deze Amsterdambtenaren flexibel inzetten: daar
waar het fout gaat. Niet: daar waar toevallig het computerscherm staat. Als het draagvlak voor solidariteit is veiliggesteld
kunnen wij sociaal-democraten pas goed aan de slag. Om álle Amsterdammers
daadwerkelijk vooruit te laten gaan is het nodig om op een andere manier
tegen markt en overheid aan te kijken. Ik maak even een klein sprongetje naar wat er in de wereld
aan de hand is. In China en de rest van Azië vinden wij een groot
arbeidspotentieel dat voor veel minder geld veel beter werk levert. Op het
oude continent en in Nederland in het bijzonder zijn er overeenkomsten waar
te nemen met de periode vlak na de Gouden Eeuw. De welvaart was heel hoog,
maar werd niet aangewend voor binnenlandse economische groei. De
industrialisatie in Engeland werd ermee gefinancierd en het werd gebruikt
voor vastgoedspeculatie in Nieuw Amsterdam oftewel New York. De kans is groot dat we een lange periode van lage
economische groei, maar ook lage inflatie ingaan. Een periode van stijgende
welvaart, want koelkasten en MP3, -4, en -5 spelers worden steeds goedkoper. Maar wat moeten wij, Amsterdammers, in de toekomst in
godsnaam gaan dóen? We moeten inzetten op persoonlijke dienstverlening. Een
kapper kan immers niet naar China verhuizen, Amsterdammers zullen altijd
geknipt moeten worden. Voor een succesvolle aanpak is zowel de markt als de
overheid nodig. De starre budgetten moeten doorkruist worden. De yup betaalt
voor een klusjesman in zijn appartement, die tevens de schilderijtjes bij de
AOW’ers in hetzelfde appartementcomplex ophangt. Hierdoor besparen we op een
uitkering voor de klusjesman. Als wij besluiten de taxi níet te nemen, nemen we in
deze beslissing niet mee dat we dan weliswaar een tientje besparen, maar stel
iedereen zou het doen, dan zouden alle taxichauffeurs een uitkering moeten
krijgen. Dat is dus niet slim. Door veel meer collectieve dienstverlening aan te
bieden, bijvoorbeeld ook in de thuiszorg, kinderopvang,
veiligheidsmedewerkers op straat en in winkelcentra, slaan we twee vliegen in
één klap. We bieden mensen kansen en inkomen én we behouden het draagvlak
voor de solidariteit, omdat degenen die ervoor betalen, zíen wat ze ervoor
terugkrijgen: een mooiere stad. Nog mooier dan Amsterdam nu al is. Is dat mogelijk? Ik
geloof erin en ik ga ervoor! |