|
Reactie Hans van Harten, directeur
Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties ‘Ik herken mij in de conclusie dat
onrendabele toppen hoog waren in de onderzochte jaren. De tekorten op sociale
woningbouw stegen eind jaren negentig en begin deze eeuw heel hard door onder
andere de stijgende bouwkosten, mede veroorzaakt door nieuwe kwaliteitseisen
in het Bouwbesluit. Tevens
was er in de koopsector een marktcrisis, waardoor de afzetcijfers daalden,
zoals ook in het onderzoek naar voren komt. Deze marktcrisis werd nog
versterkt doordat op hele nieuwe locaties zoals Ijburg mensen niet ‘van
papier’ willen kopen. Corporaties hebben veel van deze koopwoningen
‘overgenomen’: ze werden omgezet in sociale huurwoningen. Hiervoor
was smeerolie van de zijde van de gemeente nodig. Bovendien is de
aanvangshuur verhoogd, is de gesubsidieerde grondprijs ook voor duurdere
woningen gaan gelden en hebben we de mogelijkheid gekregen een deel van de
sociale nieuwbouw op termijn te verkopen. Met deze combinatie van maatregelen
konden we de onrendabele toppen financieren en toch doorbouwen. We boven
overigens nog steeds de helft van de nieuwbouw tegen een huurprijs van
beneden de 500 euro. We verdienen niet op de exploitatie, in 2003
leden de Amsterdamse corporaties gemiddeld genomen zelfs verlies. Bovendien
gaat de verkoop van het bestaand bezit eindelijk goed. 25% van de verkoop
ligt onder de 120.000 euro. Het is dan ook niet nodig om een heffing op
corporatievermogen in te voeren, zoals wel bepleit wordt door sommige
politici. Onze branchevereniging Aedes gaat desnoods tot Straatsburg om dat
te voorkomen. De opbrengsten uit verkoop zijn de financiële kurk waarop de
ambities voor sociale nieuwbouw en herstructurering drijven. Er
zaten ook procedurele aspecten aan de stagnatie. Het één had met het ander te
maken: omdat het financieel lastiger werd is er ook langer onderhandeld.
Vroeger gingen gemeente en corporaties samen naar Den Haag om geld te
halen, nu hebben we onze eigen belangen en staan we wel eens tegenover
elkaar. Ideeën om de
woningproductie in de toekomst veilig te stellen zijn bijvoorbeeld het bouwen
van containerwoningen voor studenten. Ook kun je overwegen om woningen casco
op te leveren. De basis moet dan wel goed zijn en groot. We hebben
teveel kleine, slechte woningen in Amsterdam.’ |
Reactie Peter van Gool, Professor
vastgoedkunde aan de UvA en directeur vastgoedbeleggingen bij SPF Beheer: ‘Ik steun de conclusie dat het rendement te
laag is. Alleen voor echt dure woningen met huren vanaf +/- 850 euro kun je
voldoende rendement halen en er zijn maar weinig plekken waar je die kunt
bouwen. Het rendement wordt dan ook nog eens afgeroomd door de hoge
grondprijzen. Met name de bouwkosten zijn erg gestegen de afgelopen jaren
door allerlei eisen. Die zouden een stuk lager kunnen, ook wat dat betreft
kan ik mij vinden in de conclusies. Het onderzoek ziet er goed uit. Wat ik mis in het
verhaal is de problematiek van de gebrekkige doorstroming. Iedereen blijft
zitten in sociale woningbouw, omdat de huurprijzen zo laag zijn. Zo krijg je
vanzelf een woningtekort. Er komt ook een BMW-tekort als bepaald wordt dat de
prijs van een BMW 10.000 euro zou moeten zijn.’ Reactie Michiel Schaap, Amvest: ‘Als het rendement echt zo laag is als uit dit
onderzoek blijkt, zouden we niets bouwen in Amsterdam. Ik betwijfel echter of
dat het geval is. Als je op de goede plekken gaat zitten met de juiste
producten kun je in Amsterdam heel aardig meekomen met het gemiddelde
rendement van de ROZ/IPD-index, dat rond de 8,5% ligt. Als wij niet meer dan
7% rendement zouden halen (IRR) zouden wij niet investeren in Amsterdam. Als
bij de keus van de plek om te investeren het rendement in b.v. Rotterdam per
definitie hoger zou zijn dan zullen we daar meer bouwen. Een andere voorwaarde voor beleggers dat er geen
nabetaling van grondkosten plaats vindt bij dispositie op termijn, dispostie
dient in de aanvangsgrondprijs meegenomen te worden. Wij kunnen het rendement
niet afhankelijk laten zijn van de vraag hoe groot het bedrag is dat ik aan
de gemeente terug moet betalen op het moment dat wij tot dispositie overgaan.
De stagnatie van nieuwbouw zit
volgens mij niet zozeer in het rendement, dat kan door goede product en
locatiekeuze goed zijn. Het probleem in Amsterdam is dat beleggers geen grond
kunt krijgen voor de realisatie van beleggershuurwoningen. Beleggers bouwen
alles vol wat ze kunnen krijgen. Veel pensioenbeleggers willen graag in
woningbouw investeren voor een evenwichtige spreiding van rendement en
risico. Een tweede probleem zijn de
procedures. De grote vereenvoudiging van Duco Stadig biedt daarvoor veel
oplossingen maar moet consequent doorgevoerd worden om daarin verandering te brengen. |