Met toenmalig Amsterdams fractievoorzitter Tjalling Halbertsma schreef ik in Het Financieele Dagblad van 6 juni 2003:
Behoud
ozb en verhoog arbeidskorting
Met het aantreden van het tweede
kabinet-Balkenende wordt ook het oude plan van stal gehaald om de
onroerendezaakbelasting (ozb) af te schaffen. Dat plan beschadigt echter de
autonomie van de gemeenten en komt de economie niet ten goede. Er kleven nog
andere grote bezwaren aan, zoals herverdeling van middelen van arm naar rijk.
Nu de PvdA buitenspel is gezet, komen de stokpaardjes van de VVD in het
regeerakkoord. Het gebruikersdeel van de ozb wordt afgeschaft, het eigenaarsdeel
blijft behouden. Argumenten voor afschaffen luiden: aanpakken van de armoedeval,
bevorderen van het eigenwoningbezit en goedkoper innen van belasting. Afschaffen
van de ozb is echter geen adequaat middel om deze doelen te bereiken.
Als een uitkeringsgerechtigde gaat werken, kan het zijn dat hij er in inkomen op
achteruit gaat: de armoedeval. Dit is niet alleen vervelend voor de persoon
zelf, maar ook slecht voor de economie.
De meeste uitkeringsgerechtigden zijn vrijgesteld van het betalen van ozb. Als
een uitkeringsgerechtigde een baan vindt, moet hij de ozb wel betalen: de
vrijstelling vervalt. Op deze manier vormt de kwijtschelding ozb een onderdeel
van de armoedeval. Echter, dit blijkt slechts een zeer gering onderdeel te zijn
van de armoedeval. In Amsterdam gaat het slechts om een bedrag van 80 euro per
jaar als de hele ozb wordt afgeschaft.
Een effectievere manier om de armoedeval aan te pakken, is een verhoging van de
arbeidskorting. Dit is een korting op het te betalen bedrag aan belasting voor
eenieder die werkt. De PvdA heeft in de campagne in 2002 reeds voorgesteld deze
korting enkel toe te kennen aan mensen voor wie inkomen het belangrijkste
argument is om te gaan werken, te weten mensen met een inkomen tot 30.000 euro.
Wordt het inkomen hoger dan dit bedrag, dan wordt de arbeidskorting langzaam
afgebouwd.
Afschaffen van het gebruikersdeel van de ozb kost ruim 1 miljard euro. Dit
verkleint de armoedeval zoals gezegd met slechts enkele tientallen euro's. Als
hetzelfde bedrag aan een verhoging van de arbeidskorting in de PvdA-variant
wordt besteed, vermindert de armoedeval met meer dan 400 euro!
Dan het punt van het bevorderen van eigenwoningbezit. Door het afschaffen van de
ozb komt dit ideaal niet dichterbij. Immers, de vragers op de woningmarkt zullen
meer te besteden hebben en een hogere prijs is het gevolg. De mensen die nu al
een huis hebben, profiteren hiervan. Voor de nieuwkomers op de woningmarkt
verandert er niets.
Het derde voordeel dat de VVD ziet, goedkoper innen van belastingen, is eveneens
een misverstand. Voor het bepalen van de ozb moet de overheid de waarde van de
woningen weten. Maar deze waarde moet ook bekend zijn voor het bepalen van het
eigenwoningforfait en de waterschapsbelasting. Deze inningskosten worden dus
toch gemaakt, of er nu een ozb is of niet. Bovendien, als het eigenaarsdeel van
de ozb gehandhaafd blijft, is er sowieso geen besparing mogelijk.
Naast het feit dat de argumenten voor afschaffing van de ozb niet kloppen, is er
nog een aantal grote nadelen verbonden aan deze beleidsmaatregel.
Allereerst beperkt het de gemeentelijke autonomie, het stokpaardje van de
liberale aartsvader Thorbecke. Vergeleken met andere Europese landen hebben
lagere overheden in Nederland al heel weinig mogelijkheden om zelf belasting te
heffen. In Belgie, Denemarken, Duitsland en Zweden heffen lagere overheden
dertig procent van de belastingen, in Nederland slechts drie procent. Het
kwakkelende bestaan van de provinciale overheid, die geen enkele belasting heft,
bewijst dat een eigen belasting nodig is voor het behoud van de democratisch
gelegitimeerde autonomie van de gemeenten.
Een tweede reden de ozb niet af te schaffen, is dat de grondslag (onroerende
zaken) ongevoelig is voor internationale belastingconcurrentie. Belasting op
arbeid is hiervoor wel gevoelig, hetgeen ertoe leidt dat landen deze zo laag
mogelijk vaststellen. De collectieve sector komt dan onder druk.
Een derde bezwaar betreft de compensatie van gemeenten voor het verdwijnen van
de ozb-inkomsten. Het is de bedoeling het bedrag dat de rijksoverheid jaarlijks
overmaakt aan gemeenten te verhogen. Armere gemeenten gaan er op grond van de
huidige verdeling van deze gelden meer op achteruit door de ozb-afschaffing. De
mogelijkheden de overige gemeentelijke belastingen te verhogen zijn beperkt.
Verhogen van de ozb voor niet-woningen (bedrijfspanden), die behouden blijft in
het regeringsvoorstel, is een optie, maar slecht voor de economie, dus slecht
voor de werkgelegenheid. Overigens heeft Zalm gezegd geen medelijden te hebben
met de gemeenten die erop achteruitgaan.
Het vierde bezwaar tegen afschaffen van de ozb is het feit dat mensen met een
minder duur huis het minste ozb betalen. Zij betalen echter wel in gelijke mate
mee met de compensatie aan gemeenten. In concrete cijfers: meer dan de helft van
de ozb uit woningen wordt opgebracht door de huishoudens met een bovenmodaal
inkomen. Dit is slechts dertig procent van de bevolking. De allerarmsten zijn
het allerslechtst af, omdat zij geen ozb betalen vanwege de eerder besproken
gemeentelijke kwijtschelding.
Het is duidelijk dat het afschaffen van de ozb een maatregel is die ten koste
gaat van mensen met weinig geld en bovendien economisch onhandig is en
onverantwoord. Er zijn veel effectievere manieren om de beoogde doelen te
bereiken.
Ook de VVD zou het met ons eens moeten zijn. Het liberale bolwerk Wassenaar
bewijst dit. Daar heeft de VVD de absolute meerderheid in de raad en alle
partijen spraken zich onlangs in een motie uit voor behoud van de ozb. Dus:
handhaaf de bewegingsvrijheid van gemeenten middels de ozb. En pak de armoedeval
aan via de arbeidskorting.
Tjalling Halbertsma
Michiel Mulder
Tjalling Halbertsma is fractievoorzitter PvdA-raadsfractie Amsterdam. Michiel
Mulder is financieel medewerker van die raadsfractie.