Op 25 juni 1997 schreef ik dit artikel in Trouw met Omar Ramadan. Het was tevens de eerste mail ooit die ik verstuurde. Dat ging dan ook mis en ik fietste met een floppydisk naar het kantoor van PCM om het nog geplaatst te krijgen.
Hechtere
band tussen overheid en publieke omroep deugt niet
Vandaag wordt het debat over de publieke omroep afgesloten. De Jonge Socialisten
in de PvdA hopen dat de hervormingsvoorstellen van staatssecretaris Nuis het
niet redden. Met een landelijke posteractie zetten zij hun mening kracht bij. De
auteurs zijn respectievelijk coordinator van de werkgroep economie en politiek
secretaris van het landelijk bestuur van de Jonge Socialisten in de PvdA.
De publieke omroepen kampen met een structureel tekort van 100 miljoen gulden.
Staatssecretaris Nuis wil de helft van dit bedrag financieren door de
contributie van de omroepverenigingen te verhogen. Een efficientere
bestuursstructuur moet de andere helft opleveren.
Zijn voorstel is om een door hemzelf te benoemen bestuur aan te stellen met
vergaande bevoegdheden. Deze zijn onder andere: het goedkeuren van het
meerjarenplan waarin de beleidskeuzes op de lange termijn van de publieke
omroepen als geheel worden bepaald, en het benoemen van drie netcoordinatoren.
De netcoordinator moet door de omroepverenigingen in een vroeg stadium betrokken
worden bij de keuze van het aankopen of produceren van programma's. Als
zendgemachtigden bij herhaling geen gehoor geven aan bindende besluiten van het
bestuur of de netcoordinatoren kunnen deze door het bestuur financieel benadeeld
worden.
Deze hechtere band tussen de rijksoverheid en de media is principieel onjuist.
De omroepverenigingen behoren tot wat sociologen de civil society noemen.
Daarmee wordt bedoeld het geheel van maatschappelijke organisaties, verenigingen
en belangengroepen waarbinnen mensen hun mening bepalen. Op basis van deze
mening maken zij een keuze in het stemhokje. De samenstelling van de
volksvertegenwoordiging is dus het product van de gedachtewisseling binnen de
civil society, niet een ingredient ervan.
Ook een eventuele beknotting van de autonomie van de afzonderlijke omroepen valt
te betreuren. Zoveel mogelijk zelfstandigheid van de omroepen en sturing van
onderaf komt ten goede aan de diversiteit van de programma's en de
weerspiegeling van de verschillende maatschappelijke stromingen hierin. We
spreken hier niet van kleinburgerlijke nostalgie naar de verzuiling van de jaren
vijftig, maar over bedrijfseconomische realiteit: laat de basis beslissen. Daar
zitten de inventiviteit en praktijkervaring. Geef die basis een zo sterk
mogelijke band met de achterban: dat is de beste waarborg voor de beoogde
pluriformiteit.
Het is dus belangrijk dat de omroepverenigingen groot en zelfstandig blijven. De
nuanceverschillen die zij in hun programmering leggen zullen vervagen naarmate
aan de autonomie afbreuk wordt gedaan. Het zal minder duidelijk zijn voor de
leden waarvan ze nu precies lid zijn en het lidmaatschap wordt eerder opgezegd.
Hierdoor wordt de positie van de omroepverenigingen verder verzwakt, waardoor de
nuanceverschillen wederom minder worden.
Die neergaande spiraal in de ledentallen wordt mede veroorzaakt door de
voorgestelde (geleidelijke) contributieverhoging. Het gat in de begroting kan
beter gedicht worden door een verhoging van de omroepbijdrage te relateren aan
het inkomen; vergeleken met andere Europese landen is onze omroepbijdrage erg
laag.
De commerciele en de publieke omroepen vullen elkaar in de huidige situatie
voldoende aan, zodat de televisie zowel zijn verstrooiende functie als zijn
maatschappelijke functie van doorgeefluik van cultuurgoed en onafhankelijke
berichtgeving goed kan vervullen. De voorstellen van Nuis echter zullen op
termijn van de bloeiende omroepverenigingen een eenheidsworst maken en tot te
nauwe banden met de overheid leiden.
Het feit dat nog steeds vierenhalf miljoen mensen lid zijn van een
omroepvereniging bewijst hoe zeer het publiek gehecht is aan onderscheidende
televisie. Het risico bestaat dat zulk televisie-aanbod in een grote,
centralistisch bestuurde organisatiestructuur minder goed tot zijn recht komen.
Uit een onderzoek blijkt dat 72 procent van de Nederlanders het publieke bestel
in zijn huidige vorm in tact wil houden. Laat dat dan ook gebeuren.
Omroep ; Media