Op 14 april 2000 schreef ik in Het Financieele Dagblad dit artikel met Veysel Ugur:

PVDA MOET GELD ZETTEN OP MODERNE WERKNEMER
Jonge Socialisten willen breuk met VVD

Minister Zalm van Financien heeft vorige week zijn collegae per brief medegedeeld dat er, dankzij het begrotingsoverschot, een extra bestedingsruimte van acht miljard gulden is tot 2002. De inkomstenmeevallers gaan nog steeds voor een deel naar aflossing van de staatsschuld en voor een deel naar lastenverlichting, zoals afgesproken aan het begin van de regeringsperiode. Deze systematiek is bekend als de Zalm-norm. Echter, toen het regeerakkoord werd gesloten, hadden de drie partijen deze hoge groeicijfers niet voorzien. Politici zijn niet de enigen die zich hierover verbazen. Economen voeren al maandenlang een heftig debat over de nieuwe economie.

Het belangrijkste dogma dat paars moet laten varen is de beleidsdoelstelling van lastenverlichting voor de burger. Het feit dat de PvdA dit van origine liberale instrument om de collectieve sector te verkleinen uitlegt als sociaal beleid vormt de basis voor het compromis met de VVD. Sinds Paul Kalma, directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, in 1988 in zijn publicatie 'Socialisme op sterk water' pleitte voor herijking van het socialistische ideaal van spreiding van inkomen, stelt de PvdA werkgelegenheidsbeleid boven inkomensbeleid. De opvatting van werkgelegenheidsbeleid als sociaal beleid maakte de weg vrij voor een coalitie met de VVD onder het motto 'werk, werk en nog eens werk'.

Lastenverlichting heeft twee effecten. Loonkosten worden lager door de verkleining van de wig tussen bruto en netto inkomen en burgers krijgen meer bestedingsruimte. Door dit laatste stijgt de effectieve vraag, de economische groei en hiermee ook de werkgelegenheid. Het nut van verkleining van de wig staat niet ter discussie. Het gaat ons om het tweede effect. Door ons veranderende arbeidsbestel is werkgelegenheid namelijk steeds minder beinvloedbaar door de effectieve vraag.

Ben Dankbaar, hoogleraar bedrijfskunde, signaleert in het 'Twintigste jaarboek voor het democratisch socialisme' een verbeterde kwaliteit van de arbeid, gepaard gaande met grotere onzekerheid op de werkplek. Het sociaal compromis dat na de Tweede Wereldoorlog ontstond, hield in dat vakbonden en werknemers in ruil voor inkomen en zekerheid akkoord gingen met 'Amerikaanse' managementsystemen die uitgingen van vergaande arbeidsdeling en taaksplitsing. Met andere woorden: werk was minder leuk, maar je kreeg er meer voor terug. Hoogleraar Dankbaar spreekt nu over een 'nieuw sociaal compromis': minder zekerheid, maar meer autonomie.

De ontwikkeling op de arbeidsmarkt naar grotere kwaliteit en tegelijk minder zekerheid wordt versterkt door de steeds grotere rol van de ict. Thuis werken wordt gemakkelijker. Door de toegenomen netwerkmogelijkheden van bedrijven kunnen werknemers gemakkelijker komen en gaan. De toegevoegde waarde van een werknemer bestaat steeds meer uit het netwerk en de informatie die hij met zich meebrengt. Is deze geabsorbeerd, dan is de werknemer ook minder interessant voor het bedrijf. Dit geldt ook omgekeerd. Voor de werknemer is de huidige werkplek interessant vanwege de meerwaarde die het heeft voor zijn volgende werkplek. Was arbeid in de industriele sector slechts een productiefactor, in de nieuwe economie krijgt werk steeds meer de betekenis van consumptie door de werknemer, in plaats van productie voor de werkgever. De participant op de arbeidsmarkt heeft behoefte aan ontplooiing, leereffecten, sociale interactie en zingeving.

Deze analyse leidt tot de stelling dat werk steeds meer bestaat bij de gratie dat mensen het zelf kunnen bedenken en vormgeven. Met andere woorden: op de arbeidsmarkt stuurt het aanbod de vraag. De maatschappij is geen mechanisch systeem met een vast maatschappelijk takenpakket waarvoor mensen nodig zijn die doen 'wat er gedaan moet worden'. Integendeel: individuen bedenken activiteiten in het verlengde van hun persoonlijke competenties en ontplooiingspad, wat resulteert in een pakket van maatschappelijke activiteiten.

Het is duidelijk dat in een aanbodsgestuurd arbeidsbestel stimulering van de effectieve vraag geen legitiem arbeidsmarktinstrument meer is. De PvdA moet de nieuwe situatie van het begrotingsoverschot en hogere economische groei aangrijpen om het compromis met de VVD opzij te schuiven en de handreiking van Groen Links omarmen. Deze partij stelde onlangs voor om meevallers in de inkomsten voor honderd procent naar de staatsschuld te laten vloeien. De Fl 8 mrd aan meevallers in de uitgaven daarentegen, moeten wat ons betreft worden geinvesteerd in het 'empoweren' van de werknemers. Dit houdt in dat ze de middelen krijgen aangereikt om de kansen die ze krijgen ook daadwerkelijk te nemen. Het is cruciaal dat ieder, ook de lager opgeleide en minder kansrijke jongere, klaargestoomd wordt voor de flexibele netwerkmaatschappij. In de nieuwe economie is kennis en toegang tot kennis onontbeerlijk.

Door geldgebrek hadden op het Skala-college in Alphen a/d Rijn alleen de havo- en vwo-leerlingen de beschikking over computers en internet. De leerlingen van de mavo en het vbo moesten dit ontberen. Zolang zo'n vicieuze cirkel van uitsluiting van de belangrijkste productiefactor van de toekomst niet wordt doorbroken, is het in stand houden van de Zalm-norm ten tijde van een begrotingsoverschot uit den boze.

M. Mulder,

V. Ugur

M. Mulder deed onderzoek voor de PvdA-fractie naar 'De toekomst van de Arbeid' en is initiatiefnemer van 'PvdA-onderstroom'.

V. Ugur is bestuurslid 'pers', kandidaat-voorzitter van de Jonge Socialisten in de PvdA en coordinator van de Beginselenwerkgroep.

PvdA-fractievoorzitter Melkert debatteert komende zaterdag in Leeuwarden over een nieuw werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid als start voor een reeks politieke debatten.