In de universiteitskrant van Leiden ('Mare') schreef ik in 2003 dit artikel, samen met Stephan van der Meer:

Bezuiniging hoger ond erwijs schiet doel voorbij

Om de staatsschuld op tijd af te lossen voor de vergrijzing worden bezuinigingen op het hoger onderwijs voorgesteld. Maar zij tasten de economische groei aan en bijten hiermee in eigen staart, vinden Stephan van der Meer, Leids bestuurskundestudent en medewerker onderwijs van de PvdA-parlementsfractie en Michiel Mulder, economiestudent aan de UVA en oud-medewerker financiën van dezelfde fractie.

Vorige maand werd bekend dat de Centraal Economische Commissie, een club topambtenaren die de formateurs adviseren, bijna 2 miljard euro wil bezuinigen op het hoger onderwijs. Het collegegeld zou verhoogd moeten worden en de studiefinanciering afgeschaft. De ambtelijke adviseurs denken waarschijnlijk: een nieuw kabinet, nieuwe kansen. Ondanks een grote studentendemonstratie in Den Haag is er nog niet meer bekend over de plannen in de formatie.
Eén van de vele onzalige ideeën van het kortstondige Kabinet-Balkenende was het bezuinigen van enkele honderden miljoenen op onderwijs. Gevolg: universiteiten en hogescholen zouden moeten snijden in het aantal opleidingen en onderzoeksbudgetten. En dit terwijl Nederland al relatief weinig uitgeeft aan onderzoek. In de Kamer trokken PvdA en CDA ten strijde om dat voornemen ongedaan te maken met de gezamenlijke motie Joldersma/Hamer. Staatssecretaris Nijs werd zenuwachtig en lanceerde wazige plannen en vage beloften, om deze een paar dagen later weer in te trekken of te nuanceren - naar goed gebruik bij bewindslieden van dit Kabinet. De ambtelijke adviseurs zijn blijkbaar standvastiger.
Bezuinigingen op universiteiten en hogescholen zijn niet wenselijk. Kennisontwikkeling is namelijk een essentiële voorwaarde voor economische groei. Het feit dat die in Nederland in de jaren negentig gemiddeld 1 procentpunt hoger lag dan in de jaren tachtig is voor 40 procent een gevolg van het gestegen opleidingspeil van de bevolking, zo blijkt uit OESO-onderzoek. Nederland blijft echter ver achter bij andere Westerse landen wat betreft uitgaven voor onderwijs. Procentueel investeert zelfs Tsjechië daar op dit moment meer in dan Nederland.
Kennisontwikkeling heeft externe effecten die niet aan elk individu toe te rekenen zijn. Een individu neemt in zijn eentje een andere beslissing dan hij in maatschappelijk verband zou nemen. Als het een zuiver individuele beslissing zou zijn om geld uit te trekken voor een hogere opleiding, dan zouden velen daar niet voor kiezen. Dit, terwijl het uiteindelijk iedereen ten goede komt dat mensen hoger onderwijs volgen. Daarom moet de staat het hoger onderwijs adequaat financieren. Dit vereist een hoge studiefinanciering en een laag collegegeld.
De ambtenaren stelden als bezuinigingsmaatregel onder andere voor om de studiefinanciering om te zetten in een lening. Het blijkt echter dat mensen geen rationele afweging maken als het gaat om een studielening. Voor een student is het rendement op zijn human capital hoger dan de rentekosten van de lening die hij hiervoor moet afsluiten. Maar ondanks dit hogere rendement, beslist hij anders. Economen spreken dan van marktfalen op de kapitaalmarkt.
Een andere optie die wordt genoemd in het advies is het verhogen van collegegeld. Hiervoor geldt hetzelfde als voor het afschaffen van de studiefinanciering: minder mensen gaan studeren. Jonge mensen denken op de korte termijn en als ze met een baantje wél kunnen stappen in het weekend, zullen ze hiervoor kiezen. In een tijd van (nog steeds!) krapte op de markt voor hoger opgeleiden is dit slecht. De nu al veel te hoge lonen voor hooggeschoolden zullen noodgedwongen nog meer stijgen. Op termijn prijst hoogwaardige arbeid zichzelf uit de markt en verdwijnt naar het buitenland. Ook voor dit punt geldt dat het CDA en PvdA waren die toenmalig minister Hermans van onderwijs keer op keer aanvielen op zijn voorstellen om het collegegeld te verhogen.
Als er écht geld uit het hoger onderwijs moet komen vanwege het financieringstekort, dan zou dit kunnen komen uit een sociaal leenstelsel. De Landelijke Studenten Vakbond en de Jonge Socialisten hebben zich daarvoor uitgesproken. In dit geval krijgt iedereen die studeert gewoon studiefinanciering. Als de student een baan krijgt op het niveau van zijn opleiding, betaalt hij of zij dit in de vorm van een extra belasting terug. Studeert hij/zij sneller, dan betaalt hij/zij minder. Feitelijk is dit een lening, maar de risico’s worden gedeeld met andere afgestudeerden en de overheid. Jonge mensen blijven kiezen voor een studie in plaats van werk.
PvdA en CDA zijn jarenlang de pleitbezorgers geweest om meer geld in het hoger onderwijs te steken, de collegegelden niet verder te verhogen en de studiefinanciering te behouden. Zijn dat loze beloften of is er echt de wil om te investeren in de toekomst van Nederland? Wij denken in ieder geval dat het beter is om naar andere bronnen te kijken als er geld moet worden opgehoest. Momenteel worden bezuinigingen voorgesteld om de kosten van de vergrijzing later te kunnen opvangen. Bezuinigingen op hoger onderwijs tasten echter de groeicapaciteit van de Nederlandse economie aan. Een hoge economische groei is een veel effectiever middel om de kosten van de vergrijzing op te vangen dan het aflossen van de schuld. Bezuinigingen op hoger onderwijs schieten dus hun doel voorbij. Het zet in het huidig tijdsgewricht meer zoden aan de dijk als er bezuinigd wordt op ambtenaren die adviseren