Namens de Jonge Socialisten schreef ik dit stuk in Het Parool, op 24 september 1999. Ik stelde samen met de voorzitter voor om werknemers één derde van de Raad van Commissarissen te laten benoemen en werd in eerste instantie weggehoond als zijnde extreem-links. Wat schetst mijn verbazing toen Paars 2 een paar jaar later met een soortgelijk voorstel op de proppen kwam.

Bedrijven staren zich blind op belangen aandeelhouders

Naast aandeelhouders en werknemers moet de overheid ook de mogelijkheid krijgen om commissarissen bij grote bedrijven te benoemen, vinden Eddy Bekkers en Michiel Mulder van de Jonge Socialisten (JS). Die commissarissen kunnen ervoor zorgen dat bedrijven meer rekening houden met het algemeen belang.

GROENLINKS HEEFT aangekondigd dat zij een initiatiefwetsvoorstel in gaat dienen, waarin gepleit wordt voor een andere samenstelling van de Raad van Commissarissen bij grote bedrijven. De Raad van Commissarissen is het toezichthoudend orgaan van een bedrijf, dat de Raad van Bestuur benoemd. De Raad van Bestuur moet belangrijke beslissingen, zoals overnames of grote investeringen voorleggen aan de Raad van Commissarissen. Volgens het voorstel van GroenLinks moet eenderde van de commissarissen benoemd worden door de werknemers, eenderde door de aandeelhouders en eenderde bestaan uit compromiskandidaten, benoemd door de zittende commissarissen. Het is een goede zaak dat GroenLinks aandacht vraagt voor de belangen van werknemers.

De discussie over het bestuur van bedrijven is namelijk te eenzijdig gericht geweest op de rol van de aandeelhouders. Een reden hiervoor is dat de commissie 'Corporate Governance in Nederland' twee jaar geleden de aftrap heeft gegeven met een rapport over verbetering van transparantie, bestuur en toezicht binnen een onderneming.

Zij was echter ingesteld door de Vereniging voor Effectenhandel en heeft de andere belanghebbenden buiten beschouwing gelaten. De discussie over het bestuur van ondernemingen komt grotendeels voort uit onvrede met het bestaande systeem van cooptatie bij de benoeming van de Raad van Commissarissen. Dit houdt in dat commissarissen hun eigen opvolgers benoemen. Het cooptatie-systeem is in 1971 ingesteld om te voorkomen dat het bestuur van een onderneming zich te zeer laat meeslepen door de waan van de dag en winst op korte termijn.

De verwachting was dat een min of meer onafhankelijke Raad van Commissarissen niet alleen rekening zou houden met de belangen van de kapitaalverschaffers. Op deze manier komt het stakeholdersmodel dichterbij, waarin de belangen van alle betrokkenen bij een onderneming worden meegenomen in beslissingen. Dus in tegenstelling tot het shareholdersmodel, waarbij bestuurders enkel rekening houden met de wensen van de aandeelhouders worden ook de werknemers en de overheid beschouwd als een factor van belang. Deze laatste omdat zij de belangen van het milieu, toekomstige generaties en de samenleving in het algemeen vertegenwoordigt.

Inmiddels vinden bijna alle partijen in de Tweede Kamer dat het huidige systeem aangepakt moet worden. Er is namelijk geen garantie dat de commissarissen met de genoemde belangen rekening houden. In sommige bedrijven kunnen de ondernemingsraad en aandeelhoudersvergadering voordrachten doen voor een te benoemen commissaris. Een werknemerskandidaat wordt dan wel 'vertrouwenscommissaris' genoemd. De zittende commissarissen geven echter zulke nauwe profielschetsen dat er nauwelijks kandidaten zijn waaruit gekozen kan worden. In de praktijk worden de commissarissen uit een zeer beperkte groep 'old boys' aangezocht. Uit een recente enquete onder 33 multinationale ondernemingen bleek dat minder dan de helft een vertrouwenscommissaris heeft. Bij kleinere bedrijven is dat percentage waarschijnlijk veel lager.

Werknemerscommissarissen, die dus ook daadwerkelijk benoemd worden door de werknemers, bestaan reeds in een aantal Europese landen zoals Duitsland, Oostenrijk en Belgie en zijn belangrijk voor het realiseren van het stakeholdersmodel. Zij kunnen immers rekening houden met de invloed van het bedrijfsbeleid op de werkgelegenheid. De ondernemingsraad voldoet hier niet aan omdat zij slechts in een beperkt aantal zaken beslissingsbevoegdheid heeft en niet bij het bedrijfsbeleid in het algemeen betrokken wordt. Bovendien is het moeilijk om bij bedrijven met veel afzonderlijke takken met elk een eigen ondernemingsraad op corporatieniveau een vuist te maken. En het zijn juist de werknemers voor wie continuiteit van het bedrijf, een belangrijk ijkpunt voor de Raad van Commissarissen, van bijzonder groot belang is.

Zoals gezegd is het dus te prijzen dat GroenLinks aandacht vraagt voor de belangen van de werknemers. Met alleen werknemerscommissarissen worden de belangen van alle betrokkenen nog niet meegenomen in beslissingen. Het gevaar bestaat dat allen de insiders van een bedrijf (werknemers) een rol spelen en de outsiders (werklozen, toekomstige generaties) worden gepasseerd.

Naast de aandeelhouders en werknemers moet daarom de overheid de mogelijkheid krijgen om eenderde van de commissarissen te benoemen. Deze functionarissen kunnen dan rekening houden met de belangen van alle andere aandeelhouders buiten de kapitaalverschaffers en werknemers.

Te denken valt dan aan de gevolgen van beslissingen voor het milieu en voor de consument. Wat dit laatste betreft kan men denken aan het informatiebeleid van een bedrijf.

Complex
Veel produkten, zoals verzekeringen, zijn technisch en complex. Overheidscommissarissen kunnen ervoor waken dat de consument de mogelijkheid heeft een goede afweging te maken.

Daarnaast kunnen overheidscommissarissen bj investeringsbeslissingen er zorg voor dragen dat landen waar de mensenrechten geschonden worden of het democratiseringsproces niet van de grond komt, worden gemeden. Tegenstanders zullen zeggen dat dit nu reeds aan de orde is, vanwege de druk van de publieke opinie. Die druk is echter niet groot genoeg. Er zijn talrijke voorbeelden te geven van multinationals die nog steeds investeren in landen die de mensenrechten ernstig schenden, of die met hun investeringen het milieu schade berokkenen. Een voorbeeld hiervan is het optreden van Shell in Nigeria.

Ook wat investeringsbeslissingen binnen Nederland betreft is het gewenst dat de Raad van Commissarissen meer rekening houdt met het algemeen belang, zodat ondernemingen zich in meerdere mate daar gaan vestigen waar de werkgelegenheid laag is. Op deze manier wordt voorkomen dat werkgelegenheid enkel in de Randstad te vinden is. Het hoofdkantoor van Philips was in dat geval dan waarschijnlijk in Eindhoven gebleven.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is uiteindelijk in ieders belang. Er zijn veel situaties denkbaar waarbij randvoorwaarden niet afdoende zijn of niet opgelegd kunnen worden. Als het om werkgelegenheidsbeleid of om mensenrechtenbeleid gaat bijvoorbeeld. Bovendien is een bewustwordingsproces binnen bedrijven waardevoller.

De PvdA en andere partijen in de Tweede Kamer kunnen een belangrijke stap in de richting van het stakeholdersmodel zetten door het initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks te steunen en mee te helpen aan de uitwerking hiervan.