Tussen Dam en Yuan (2)

 


 

In deel 1 van deze tweeluik betoogde ik dat er vergelijkingen zijn te trekken met de huidige situatie in Nederland en de periode na de Gouden eeuw. De grote Robeco-econoom Jaap van Duijn stelde dat we rekening moeten houden met een langdurige periode van zeer lage economische groei, maar ook lage rente en lage inflatie. Met andere woorden: ons hoge welvaartspeil blijft gehandhaafd en stijgt waarschijnlijk nog omdat we steeds minder hoeven te betalen voor onze stereotorens, MP3, -4 en –5 spelers: productie verhuisd naar het goedkope Azië, ook met een appreciatie van de Yuan van 2,1 procent.

Maar de kernvraag is: wat gaan we in Nederland dóen? Alles zal afhangen van hoe deze welvaart verdeeld wordt.

         In de jaren negentig woedde binnen de PvdA een discussie over gelijke kansen en gelijke uitkomsten. De teneur was toen met name bij de top en bij de hippe delen der PvdA-jeugd dat het voortaan kansgelijkheid was dat we na moesten streven. Ik heb er in die debatten altijd voor gewaarschuwd dat kansgelijkheid nooit in de plaats mag komen van inkomensgelijkheid (gelijkheid van uitkomsten) als streven. Een hele grote groep zal namelijk nooit genoeg kansen krijgen. Deze groep wordt onder druk van de internationale ontwikkelingen alleen maar groter.

         O ja? Sommigen menen dat het, nog steeds, stijgende opleidingsniveau de vlucht van productie naar het buitenland compenseert. Met de economen van het SEO en mijn voormalige scriptiebegeleider kunt u daar leuke gesprekken over voeren. Ik durf dit tegen te spreken omdat het uitgaat van de veronderstelling dat het enkel de laaggeschoolde arbeid is die verhuisd. Niets is minder waar. China voert een evenwichtige strategie, waarbij investeerders (die staan te trappelen) alleen worden toegelaten tot de markt als ze hun kennis overdragen aan Chinese bedrijven (Joint ventures). Bovendien weegt het tempo van het stijgende opleidingsniveau niet op tegen het tempo van de verhuizing van werkgelegenheid.

         Om het hoofd te bieden aan de internationale ontwikkelingen is een wijziging van ons denkraam (vrij naar Marten Toonder) nodig. De mythe dat de ´vrije markteconomie´ een natuurlijke toestand is waar elke economie zich naartoe beweegt en het beste is voor ons allen moet van de baan. Het ´beste´ economische systeem is sterk cultureel bepaald. Voor de VS met haar traditie in het wilde westen is dat waarschijnlijk de vrije markteconomie, maar bijvoorbeeld in Groot-Brittanië werd dit systeem met dwang opgelegd door een politieke elite (John Gray: ´False Dawn´).

 

 

     In een mooie engelse televisie serie over de Napoleontische oorlogen maken we kennis met een oorlogsheld die wordt ingezet om het arbeidersvolk rustig te houden. Ik bedoel maar. China en India bleven dankzij kapitaalsrestricties buiten schot tijdens de Azië-crisis. China laat zijn Yuan, hoewel de koppeling met de dollar dus is opgeheven, nog niet vrijelijk zweven uit angst voor het Hedge Fund kapitaal van 1 biljoen dollar. Wat nou vrije markt? Financieel terrorisme!

     China geeft sowieso blijk van een unicum: marktprikkels worden door een socialistische totalitaire staat pragmatisch ingevoerd, en wel alleen díe prikkels waar het land ook zelf wat aan heeft. Niet de marktrevolutie die bijvoorbeeld door IMF en de wereldbank nogal eens bepleit wordt in ontwikkelingslanden en die ook Rusland begin jaren negentig in het verderf stortte (inmiddels is genoegzaam onderkend dat de stagnatie van de Russische economie die dóór de marktrevolutie werd bewerkstelligd, velde malen groter was dan de stagnatie waar het communistische systeem voor verantwoordelijk was).

         In Nederland moeten we daarom zoeken naar een economisch systeem dat goed past bij ons culturele klimaat. Dit kan door in te zetten op de, niet verplaatsbare (!), persoonlijke dienstverlening. Met de nieuwe bijstandswet en de wet maatschappelijke ondersteuning heeft de gemeente veel bevoegdheden gekregen om het uitkeringsgeld en zorggeld te besteden. Een kruisbestuiving van deze twee kan leiden tot mooie dingen. Potentiële werklozen wordt een kans geboden in bijvoorbeeld de thuiszorg, de kinderopvang of het onderwijs te gaan werken. Als de schotten in de collectieve sector verdwijnen kan uitkeringsgeld gebruikt worden voor wat door economen ‘overheidsconsumptie’ wordt genoemd: de overheid besteed geld en neemt hiervoor mensen in dienst. Aldus worden uitkeringen bespaard en de dienstverlening vergroot. Deze middelen kunnen ook gebruikt worden om de dienstverlening door de gemeente zélf te verbeteren: wachttijd voor vergunningen verkorten, schonere straten. Dienstverlening waar ‘de markt’ niet voor betaald maar die wel veel nut hebben en leiden tot meer geluk voor de Amsterdammers.

Metterdaad worden op deze wijze zowel de kansen als het inkomen eerlijker verdeeld. Maar het zijn sectoren waar het kabinet nu juist op bezuinigd onder het mom: men lost het zelf maar op.

Maar daar zit nu precies de denkfout. Degenen die het kunnen betalen zullen deze zaken toch wel blijven financieren (voor zichzelf!) en voorzover dat niet gebeurd is de staat het geld kwijt in de vorm van een uitkering. Voor de starre boekhoudersmentaliteit van Zalm en ouderwetse calvinistische dogma´s van Balkenende zal een zeer hoge prijs betaald worden in de vorm van een zeer ongelijke welvaartsverdeling, zoals dat ook ná de Gouden Eeuw het geval was.

Laten we dit op de Dam anders aanpakken!