Logo: ga naar de homepage

 

 

 

 

 

 

Raadsnotitie Onderwijshuisvesting

7 juli 2004

 

Lodewijk Asscher, Bouwe Olij, Karina Schaapman

 

 

 


De PvdA wil dat Amsterdamse kinderen en Amsterdamse onderwijzers beschikken over schone, moderne en goed onderhouden schoolgebouwen.

 

Aanleiding tot deze notitie is de constatering van sterk toegenomen onderwijsreserves in de stadsdelen in de rapportage over de stadsdeelfinanciën 2002. Tegelijkertijd zijn er klachten over de kwaliteit van het onderhoud van schoolgebouwen en de voortgang van nieuwbouw, zo blijkt ook uit een door de PvdA gehouden enquête. Doel van deze raadsnotitie is om te analyseren hoe het komt dat zowel in het basisonderwijs (stadsdelen) als in het voortgezet onderwijs (centrale stad) omvangrijke reserves ontstaan en om mogelijke oplossingen aan te reiken.

 

We moeten hier rekening houden met de gescheiden verantwoordelijkheden. In dit verband is er een dubbel onderscheid te maken. In de eerste plaats kan de Amsterdamse situatie niet los worden gezien van de ontwikkelingen op Rijksniveau. Het Rijk streeft er naar per 2005 de huisvestingsgelden direct aan de scholen ter beschikking te stellen. Het is vooralsnog niet duidelijk of deze streefdatum gehaald wordt en of het alleen om voortgezet of ook om basisonderwijs gaat.

 

Daarnaast is het Rijk van plan om per 2006 het basisonderwijs ‘lumpsum’ te financieren. Dat wil zeggen dat de schotten tussen materiële en personele uitgaven verdwijnen en het geld voor het basisonderwijs direct aan de scholen wordt overgemaakt. De veranderingen in de rijksregels betekenen een andere manier van financiële verslaglegging: voortaan zal door het basisonderwijs een financieel verslag moeten worden overlegd met goedkeurende accountantsverklaring. Bovendien vraagt de naderende lumpsum financiering om specifieke kennis.

 

Een tweede punt betreft de positie van de stadsdelen ten opzichte van de centrale stad. Het moet duidelijk zijn dat het absoluut niet onze bedoeling is te treden in de autonome bevoegdheid van de stadsdelen en hun gekozen besturen. Integendeel, veel van de problemen die wij constateren kunnen alleen op stadsdeelniveau worden opgelost. Het is wél nadrukkelijk de bedoeling met deze notitie waar mogelijk een helpende hand uit te steken richting stadsdelen. Ook het probleem van de reserves is bepaald niet voorbehouden aan de stadsdelen. De reserves per leerling zijn bij de Centrale Stad zelfs hoger dan bij de stadsdelen.

 

Voor de basisscholen zijn de stadsdelen verantwoordelijk, voor de scholen in het voortgezet onderwijs de centrale stad. We nemen daarom ook de problematiek bij de centrale stad onder de loep in deze notitie. En bij het onderhoud aan scholen manifesteren zich over het algemeen andere problemen dan bij nieuwbouw of uitbreiding van scholen.

 

De problematiek valt uiteen in 4 onderdelen:

 

Centrale Stad                                                             Stadsdelen

Onderhoud VO

Onderhoud BO

Nieuwbouw VO

Nieuwbouw BO

           

Op alle vier de onderdelen is sprake van vertraging in de uitvoering. Zowel bij de centrale stad als bij de stadsdelen zijn aanzienlijke reserves.

 

De oorzaken hiervoor zijn divers en moeilijk onder te verdelen naar gewicht. Een opsomming:

-          Ruimtelijke Ordening-procedures zorgen voor vertraging

-          Gebrekkige administratie

-          Boekhoudkundige regels en verplichte reserveringen vanuit het Rijk – waardoor sparen veroorzaakt wordt

-          Inefficiëntie door spaargedrag

-          Gebrek aan regie en coördinatie tussen de verschillende bestuurslagen

-          Domino effecten van vertragingen in de bouw

-          Gebrek aan of onvoldoende inzet van ambtelijke capaciteit

De volgende oplossingen zouden wellicht kunnen helpen bij het wegnemen van de aangestipte problemen. Het zou goed zijn als de stadsdelen zelf aangeven wat zij als meest geschikte oplossingen zien in het overleg van de portefeuillehouders onderwijs. Voorop dient te staan dat de problemen ook tussen de stadsdelen onderling sterk uiteen lopen, maatwerk is dus een vereiste.


1.        Aanstellen van regisseur scholenbouw die moet helpen de procedurele drempels en vertragingen weg te nemen. Deze moet zich zowel richten op het wegnemen van drempels en vertragingen bij de Centrale stad als bij de stadsdelen.

2.        Ambtelijke bijstand door taskforce van ambtenaren met financiële en onderwijsexpertise te op verzoek van de stadsdelen uit te zenden naar de stadsdelen waar de reserves het grootst zijn/waar vertragingen zijn ontstaan door onvoldoende ambtelijke capaciteit. Deze taskforce kan ook worden ingezet om VO projecten vlot te trekken.

3.        De poolvorming van middelen mogelijk maken en faciliteren, zodat stadsdelen niet meer afzonderlijk hoeven te sparen. Dit geschiedt uitsluitend op vrijwillige basis door de stadsdelen zelf, de centrale stad kan hier een faciliterende rol spelen.

4.        Stadsdelen en Centrale Stad te helpen bij de samenwerking door overleg te faciliteren en te stimuleren en kennisdeling mogelijk te maken. De stadsdelen helpen bij het implementeren van een aantal van deze aanbevelingen die betrekking op de stadsdelen hebben.

5.        Als centrale stad alle aanbevelingen uit het rapport ´ROB 1´ implementeren en te streven naar versnelling bij de projecten rond voortgezet onderwijs.

 

Voorstel: alvorens deze notitie te preadviseren deze notitie te bespreken in het portefeuillehoudersoverleg onderwijs.

 


Bijlage 1 – Overzicht acties en toezeggingen gemeenteraad en commissie financiën

 

 

·          Op 5 september 2002 is deze problematiek van stijgende onderwijsreserves in stadsdelen aangekaart in de Commissie Fin/EZ en wethouder Dales deed toen de volgende uitspraak over de onderwijsreserves: ‘Bovendien is dat snel te bekijken en te bespreken omdat de bedragen niet zo groot zijn, en men snel achter de oorzaken kan komen.’ Hij zou het punt van de onderwijsreserves zeer snel bespreken met de portefeuillehouders financiën van de stadsdelen en het meenemen in de besprekingen over het bestuursakkoord.

·          In het bestuursakkoord van 28 november 2002 staat het volgende:

-          Bij de besluitvorming over de begroting 2003 in het college is afgesproken dat als de extra middelen in 2003 daadwerkelijk worden besteed, een Integraal Huisvestingsplan is vastgesteld en de budgettaire ruimte het op dat moment toelaat, de PM-post uit het programakkoord verder wordt ingevuld. Naast deze inzet zullen ook de stadsdelen voldoende middelen moeten blijven inzetten. De eventuele reserves voor onderwijshuisvesting in de stadsdeelbegrotingen kunnen hierbij een rol spelen.

-          Stadsdelen bereiden in overleg met de centrale stad de hiervoor mogelijke aanpassingen in de model-“Huisvestingsverordening primair onderwijs stadsdelen” voor en stellen de in dit verband gewijzigde stadsdeelverordeningen vast. Met dit instrument kan de eventueel nog te verkrijgen benodigde extra financiering direct worden aangewend.

-          Op basis van het Integraal Huisvestingsplan bereidt de centrale stad de mogelijke wijzigingen in de “Verordening onderwijshuisvesting vo-(v)so”voor. Met dit instrument kan de eventueel nog te verkrijgen extra financiering direct worden aangewend.

-          Stadsdelen zorgen ervoor dat maatregelen ter verbetering van de huisvesting van het primair onderwijs, in een van de volgende onderwijshuisvestingsprogramma’s opgenomen worden (wettelijke jaarlijkse verplichtingen);

-          Stadsdelen stimuleren scholen om noodzakelijke werkzaamheden daadwerkelijk in gang te zetten;

-          De centrale stad doet hetzelfde voor noodzakelijke activiteiten bij het vo en (v)so;

-          De centrale stad stelt een Integraal Huisvestings en Onderhouds Plan op voor het voortgezet onderwijs waarin het streven is opgenomen om meer aandacht te geven aan de positie van het VMBO, in overeenstemming met het programakkoord.

 

Inmiddels is er een Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat grotendeels gedekt is, onder andere met de middelen die bij Voorjaarsnota 2004 zijn vrijgemaakt.

·          In de commissievergadering van 7 november 2002 is nog eens gevraagd wanneer het gesprek met de portefeuillehouders nou eindelijk zou plaats vinden. Dales zei toen dat dat zeer spoedig zou plaatsvinden.

·          In de sinterklaascommissie van 5 december werd duidelijk dat het bewuste portefeuillehoudersoverleg de volgende dag plaats zou vinden.

·          In de commissievergadering van  9 april 2003, als de rekeningrapportage over 2001 besproken wordt, zegt Dales toe er samen met Oudkerk iets aan te doen.

·          In het portefeuillehoudersoverleg met de stadsdelen is inmiddels afgesproken dat er vanuit de stadsdelen een notitie betreffende de onderliggende redenen van de cijfermatige ontwikkeling van de onderwijsmiddelen wordt opgesteld. In zijn brief van 18 februari 2004 aan de gemeenteraad verwijst de Voorzitter Bestuurlijke Werkgroep Onderwijshuisvesting ter beantwoording van dit verzoek naar kamervragen (zie bijlage).

·          In reactie op vragen van de Rekeningencommissie in haar verslag over de gemeenterekening 2001 heeft het College toegezegd dat er een extern onderzoek zal worden gedaan naar de kwantiteit, kwaliteit en het beheer van de gelden van het openbaar onderwijs van de stadsdelen. Dat onderzoek zou uiterlijk in januari 2004 gereed zijn.

·          Inmiddels is het rapport ROB 1 verschenen. Dit is dus het extern onderzoek waarom gevraagd is. De notitie van de stadsdelen die is toegezegd in het portefeuillehoudersoverleg is zoals gezegd nog niet verschenen.

 


Bijlage – rapportage stadsdeelfinanciën centrale stad

 

 

·                     In 2002 stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 20% (van 65mln tot 78mln€)

·                     In 2001 stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 8% (van 59mln tot 64mln€)[1]

·                     In 2000 stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 27% (van 46mln tot 59mln€)[2]

·                     In 1999 stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 22% (van 38mln tot 46mln€)

 

 

In de verschillende verslagen over de stadsdeelfinanciën is een aantal keer hetzelfde rijtje verklaringen opgenomen voor de aanwezige onderwijsreserves:

-          gebrek aan personele capaciteit

-          geoormerkte rijksmiddelen of verplichte reserveringen

-          reserveringen mbt doorvergoedingen en de daarmee samenhangende 5 jaarlijkse afrekening.

 


Bijlage 2 – cijfers uit kamervragen

 

Een deel van de reserves bestaan uit rijksmiddelen. In antwoorden van de minister op kamervragen wordt er meer duidelijkheid geschapen om hoeveel rijksmiddelen het gaat.[3] Er wordt een onderscheid gemaakt in ‘rijksmiddelen voor scholen’ die in Amsterdam ‘schoolbestuurlijke middelen’ worden genoemd en ‘bestemde rijksgelden’. De schoolbestuurlijke middelen zijn vergoedingen voor personeel en materieel van scholen. De ‘bestemde rijksgelden’ omvat onder andere geld voor Onderwijs in Allochtone Levende Talen en Voor- en Vroegtijdse educatie. Een overzicht conform de gegevens van de minister:

 

 

 

Mln

Gemeentelijke middelen voor huisvesting, financiële en materiële doorvergoeding

11,3

Eigen middelen

11,5

Schoolbestuurlijke middelen

30,6

Bestemde rijksgelden

5,7

wv OALT

2,0

wv Voor- en vroegtijdse educatie

0,5

wv Gemeentelijk Onderwijs Achterstandenbeleid

3,0

wv Nieuwkomers

0,1

wv Grote Steden Beleid

 

 

Het is dus zaak een duidelijk onderscheid te maken tussen rijksgelden en gemeentelijke gelden. In het eerste geval heeft de gemeente er namelijk niets mee te maken.

 


Bijlage 3 – enquete onder scholen

 

Vragen (deel 1)

A. Heeft uw school achterstallig onderhoud?

B. Ondervindt uw school vertraging bij de uitvoering van onderhoud?

C. Heeft uw school verbouwings/uitbreidingsplannen?

 

Antwoorden scholen openbaar onderwijs

 

School

Stadsdeel

A. achterst.

B. vertraging

C. plannen

 

 

onderhoud

uitvoer.ondh.

verb/uitbr

1

Zuidoost

ja

nee

Ja

2

Zuidoost

Ja, veel

ja,

Ja

3

Zuidoost

Ja, veel

ja, ernstig

Ja

4

Noord

ja

ja

Nee

5

Noord

ja

ja

Ja

6

Noord

ja

ja, ernstig

Ja

7

Baarsjes

nee

nee

Nee

8

Oudwest

Ja, veel

ja

verhuizen

9

Centrum

Ja en Nee

ja

Nee

10

Osdorp

nee

ja

Ja

 

Subtotaal

 

 

 

openbaar onderwijs

A.

B.

C.

Ja

 

70%

80%

60%

Nee

 

20%

20%

30%

Nvt

 

10%

0

10%

 

Antwoorden scholen bijzonder onderwijs

11

Bos en Lom

Nee

Nee

ja

12

Slot/OV

Ja

ja, ernstig

ja

13

Centrum

n.v.t (nieuw)

n.v.t.

n.vt.

14

Zuidoost

Ja, veel

ja, ernstig

ja

15

Zuidoost

Ja

Ja

ja

 

Totaal openbaar

 

 

 

en bijzonder onderwijs

A.

B.

C.

Ja

 

67%

73%

67%

Nee

 

20%

20%

20%

Nvt

 

13%

7%

13%

 

Resultaten openbaar onderwijs, vraag A, B, en C in grafieken:

 

Conclusie: 70% van de openbare basisscholen heeft te kampen met achterstallig onderhoud; 80% heeft te kampen met vertraging in de uitvoering van onderhoud; 60% heeft plannen omtrent uitbreiding en verbouw


Vragen (deel 2)

D. Welke vertragingen treden op bij de uitvoering van deze plannen en hoe komt dat?

E. Is naar uw mening bij de stadsdelen voldoende ambtelijke capaciteit aanwezig/ingezet om de onderwijshuisvesting effectief te kunnen realiseren?

F. In hoeverre speelt de ingewikkelde bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling (stadsdeel, rijk, centrale stad, schoolbestuur) een rol bij de vertraging van onderhoud/nieuwbouw?

G. De centrale stad heeft via het stadsdeelfonds extra geld aan de stadsdelen ter beschikking gesteld, onder meer ten behoeve van de huisvesting van het basisonderwijs. Heeft u hier iets van gemerkt?

H. Hoe zijn u contacten met DMO en MEC?

Antwoorden scholen openbaar onderwijs (zoz voor statistieken)

 

 

School

Stadsdeel

D. reden

E. voldoende

F. st.d/rijk/c.s.

gemerkt 

contacten

 

 

vertraging

capac. st.deel

samenwerking

extra geld

DMO/MEC*

1

Zuidoost

 

ja

te veel schijven

 

Dmo-g, mec?

2

Zuidoost

stadsdeelraad

nee

ja

ja

 

3

Zuidoost

st.deel/bestuur

nee

slechte samenw.

nee

DMO - nee

 

 

 

 

 

 

MEC-?

4

Noord

 

nee

slechte samenw.

ja

geen contact

5

Noord

 

nee

 

ja

DMO weinig,

 

 

 

 

 

 

MEC-?

6

Noord

stadsdelen

nee

stroperig proces

nee

Beide goed

7

Baarsjes

 

nee

 

ja

 

8

Oudwest

kopen passend geb.

nee

slechte samenw.

nee

?

9

Centrum

n.v.t.

cap-nee

slechte samenw.

ja

 

 

 

 

kwal-ja

 

 

 

10

Osdorp

procedures St.deel

ja

slechte samenw.

ja

Beide goed

 

 

 

 

Antwoorden scholen bijzonder onderwijs

 

 

 

11

B&L

bureaucratie

cap-nee

 

nee

Beide goed

 

 

 

kwal-ja

 

 

 

12

Slot/OV

st.d.raad

nee

ja

nee

 

13

centrum

n.v.t.

nee

stroperig proces

nee

 

14

zuidoost

CSI/bestuur

Nee

slechte samenw.

nee

DMO-gMEC?

15

zuidoost

wachten op nieuwbouw

Ja

heel veel

nee

 

* 'g' dwz 'goed'; '?' dwz weet niet wat het is.

 

Conclusie: 50% van de openbare basisscholen noemt het stadsdeel als reden voor vertraging bij de uitvoering van plannen; 70% vindt dat stadsdelen te weinig ambtelijke capaciteit hebben om de onderwijshuisvesting te realiseren; 80% vind dat verschillende verantwoordelijke bestuurslagen niet goed samenwerken; het contact met DMO wordt over het algemeen als goed ervaren.

30% van de genquêteerden heeft niets gemerkt van de extra gemeentelijke budgetten de meerderheid dus wel; maar van de scholen met vertraging bij de uitvoering van onderhoud heeft een meerderheid niets gemerkt van het extra geld (63%, zie onderste grafiek volgende pagina). Van de scholen voor bijzonder onderwijs heeft overigens geen enkele school iets gemerkt van het extra geld. Zie voor de uitwerking van deze statistieken volgende pagina. Daar staan deze gegevens ook uitgedrukt als percentage van de scholen met problemen/plannen.


 



Naar aanleiding van antwoorden scholen openbaar onderwijs:

 

% geenqueteerden dat

D. stadsdeel

E. stadsdeel te

F. slechte samen-

G. Niets ge-

het eens is met het onder

reden

weinig amb.

werking bestuurs

merkt van

D, E, F en G genoemde

vertraging

capaciteit

lagen

extra geld

als % vh totaal

50%

70%

80%

30%

als % vd scholen met

43%

86%

86%

43%

achterstallig onderhoud

 

 

 

 

('ja' op vr.A)

 

 

 

 

als % vd scholen met

50%

75%

88%

63%

vertraging in onderhoud

 

 

 

 

('ja' op vr.B)

 

 

 

 

als % vd scholen met verb.

67%

67%

67%

50%

& uitbr plannen ('ja' op vr. C)

 

 

 

 


Vragenlijst enquête[4]

 

1.         Welke functie heeft u?

Directeur/Ouder medezeggenschapsraad/Schoolbestuurder

(weghalen wat niet van toepassing is)

 

2.         In welk stadsdeel werkt u/staat uw school?

 

3.         Is uw school openbaar of bijzonder?

 

4.         Heeft uw school achterstallig onderhoud?

 

5.         Ondervindt uw school vertraging bij de uitvoering van onderhoud?

 

6.         Heeft uw school vertraging bij de uitvoering van onderhoud?

 

7.         Heeft uw school verbouwings/uitbreidingsplannen?

 

8.         Welke vertragingen treden op bij de uitvoering van deze plannen en hoe komt dat?

 

9.         Heeft u nieuwbouwplannen? Zo ja, liggen die op schema, zo nee, waarom niet?

 

10.       Is naar uw mening bij de stadsdelen voldoende ambtelijke capaciteit aanwezig/ingezet, zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin, om de onderwijshuisvesting effectief te kunnen realiseren?

 

11.       In hoeverre speelt de ingewikkelde bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling (stadsdeel, rijk, centrale stad, schoolbestuur) een rol bij vertraging van schoolonderhoud/nieuwbouw?

 

12.       Hoe zijn uw contacten met DMO en MEC?

 

13.       De centrale stad heeft via het stadsdelenfonds extra geld aan de stadsdelen ter beschikking gesteld, onder meer ten behoeve van de huisvesting van het basisonderwijs. Heeft u hier iets van gemerkt?

 

14.       Zijn er andere belemmerende factoren welke een goede onderwijshuisvesting in de weg staan, die u niet bij een van de bovenstaande vragen onder kunt brengen?

 

15.       Zijn er andere vraagstukken die om onze aandacht vragen?

 

Dank voor uw medewerking!

 

 


Bijlage 4 - Overzicht nog uit te geven bedragen voor goedgekeurde voorzieningen vo- (v)so voor de jaren 1998 t/m 2003

 

Naar aanleiding van de vraag over niet uitgegeven middelen voor onderwijshuisvesting bij de centrale stad het volgende:

 

Door middel van huisvestingsprogramma’s heeft de gemeenteraad voor de jaren 1998 ( 1e jaar) tot en met 2003 voor ca. € 162,2 mln.  aan voorzieningen voor het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs goedgekeurd.  In onderstaand overzicht is opgenomen welke bedragen per  10 maart 2004 nog niet zijn uitgegeven.

De bedragen die met het huisvestingsprogramma 2004 zijn goedgekeurd en die half januari 2004 aan de schoolbesturen zijn gemeld, zijn buiten beschouwing gelaten aangezien er nog nauwelijks tijd geweest is om tot realisatie en besteding hiervan te komen.

 

 

 

Nog uit te geven

Speciaal Onderwijs

1998

 

Voortgezet Onderwijs

1998

18.038,00

 

 

 

Speciaal Onderwijs

1999

 

Voortgezet Onderwijs

1999

101.836,00

 

 

 

Speciaal Onderwijs

2000

44.489,00

Voortgezet Onderwijs

2000

6.733.153,00

 

 

 

Speciaal Onderwijs

2001

93.854,00

Voortgezet Onderwijs

2001

10.507.691,81

 

 

 

Speciaal Onderwijs

2002

3.498.571,00

Voortgezet Onderwijs

2002

9.849.430,00

 

 

 

Speciaal Onderwijs

2003

3.424.250,55

Voortgezet Onderwijs

2003

16.999.014,33

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

51.270.327,69

 

 

 

 

Bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op de DMO-registratie waarin de uitputting van middelen wordt bijgehouden.  Per toegekende voorziening is de uitputting bekend. Om voor elk van de nog niet (geheel) opgeleverde en afgerekende voorzieningen de reden daarvan te melden leidt tot een veelheid aan informatie. Hieronder wordt daarom ingegaan op de oudste en vooral grotere nog openstaande posten.

Het nog niet uitgegeven bedrag wordt hiermee voor ca. 80% toegelicht.

 

Het openstaande bedrag van 1998 heeft betrekking op een voorziening voor de vo-school Maimonides die deze voorziening wil combineren met een nog te plegen grote aanpassing aan het gebouw.

 

Het bedrag dat openstaat voor 1999 heeft voor 75% betrekking op het saneren van een niet meer in gebruik zijnde olietank van de vmbo school de Berkhof, die zich onder het schoolplein bevindt. Er wordt gezocht naar een goed moment waarop de tank zonder gevaar voor de leerlingen verwijderd kan worden.

 

Het nog niet uitgegeven bedrag voor 2000 heeft voor € 4,3 mln. betrekking op de vervangende nieuwbouw voor het Caland-lyceum,  waaraan al volop gebouwd wordt maar waarvoor het schoolbestuur, het stadsdeel Osdorp,  echter nog niets gedeclareerd heeft.  Voor € 1,3 mln. heeft het betrekking op de uitbreiding van het Hervormd Lyceum zuid waar de buurt ruimschoots de tijd genomen heeft om gebruik te maken van de inspraak mogelijkheden die de Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt. (In september 2004 wordt met instemming van de buurt begonnen met de verbouwing en uitbreiding) 

 

Het  openstaande bedrag voor 2001 heeft voor € 5,8 mln. betrekking op de uitbreiding en aanpassing van de Open Scholengemeenschap Bijlmermeer die in een later jaar ook uitbreiding met gymzalen heeft gevraagd en gekregen en die e.e.a in 1 keer wil realiseren. In september 2004 wordt met de bouw begonnen.  Voor € 2,1 mln. heeft het betrekking op vervanging van een deel van de ISA vmbo-school in noord waarbij een combinatie met woningbouw gerealiseerd gaat worden. Het stadsdeel twijfelt nu over het maximaal aantal woonetages.  Een bedrag van € 1,4 mln. staat nog open voor de ISA-vmbo-school west.  Het schoolbestuur is daar in onderhandeling met een schoolbestuur over uitruil van twee afdelingen die ook efficiënter gebruik van schoolgebouwen mogelijk maakt en waardoor deze voorziening wellicht niet meer nodig is.

 

Het nog niet uitgegeven bedrag voor het jaar 2002 heeft voor € 1,7 mln. betrekking op vervangende nieuwbouw voor de vso-zmlk Kingmaschool in noord waarvoor tot nu toe geen geschikte locatie gevonden is.  B&W benadert het  schoolbestuur (het stadsdeel ) met het verzoek om actie.  Voor € 1,2 mln. heeft het betrekking op aankoopkosten van een schoolgebouw,  waarvan de de vso-zmokschool de Werkruimte al wel gebruik maakt,  maar waar de overdracht van het stadsdeel Geuzenveld naar de centrale stad nog juridisch en financieel geregeld moet worden.

Een bedrag van € 2,3 is nog niet uitgegeven  voor vervangende bouw van een deel van het Bredero-college omdat het stadsdeel (=schoolbestuur) ook de mogelijkheden van een uni-locatie voor het gehele Bredero-college wenst te onderzoeken.  Voor € 1,9 mln. heeft het betrekking op de vervangende bouw van het bij 1999 reeds genoemde Caland-college waar wel wordt gebouwd maar nog niet is gedeclareerd. Het Barlaeus gymnasium kan voor de dit jaar op te leveren renovatie nog € 0,9 mln. op grond van de toekenning in 2002 declareren.  Voor het hervormd Lyceum west, dat in mei gaat aanbesteden, staat uit 2002 nog € 2,9 mln. open.

 

Van de bedragen die voor voorzieningen met het programma voor het jaar 2003 zijn goedgekeurd staat

€ 8,2 mln.  open voor vervangende nieuwbouw voor de vmbo-school de Meer.  De buurt, stadsdeelraad en nu ook het stadsdeelbestuur hebben moeite met vervangende bouw op dezelfde locatie.  Onderzocht wordt of in de omgeving van het nieuwe station “science park” een plek voor deze school gevonden kan worden.

Projecten voor een bedrag van € 5,5 mln. zijn al begonnen (vso-zmok Werkruimte , Purmerweg) of beginnen binnenkort ( hervormd lyceum zuid) zodat deze binnenkort gedeclareerd zullen worden.  Van het nog niet bestede bedrag voor 2003 is € 1,2 mln. bestemd voor vervangende bouw van de vso-zmokschool de Werkruimte in zuidoost.  De school heeft onlangs van het stadsdeel duidelijkheid over de toegewezen locatie gekregen en is volop bezig met het ontwerp van de nieuwbouw.


Bijlage 5 - analyse n.a.v. ‘ROB 1´

 

Een deel van de reserves bestaan uit rijksmiddelen (zie bijlage 2). De problemen die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen concentreren zich bij de huisvestingsproblematiek. Bij de huisvestingsproblematiek speelt de centrale stad een rol in de vorm van bestemmingsplannen. Inspraakrondes en wijzigingen hieromtrent kunnen tot aan de Raad van State duren.

 

            In het rapport wordt verder een heel aantal nuttige aanbevelingen gedaan. Een overzicht:

1.      Voor de centrale stad en stadsdelen: Ontvlechting van de beheersadministratie tussen de administratie ten behoeve van de onderwijsregelgeving en de gemeenterekening. De eisen voor de verschillende rapportages zijn tegenstrijdig en leiden tot verwarring.

2.      Voor de stadsdelen: De huidige omvang van de beheersadministratie ten behoeve van het stadsdeel als bevoegd gezag moet uitgebreid worden. Een omvang van 15 á 25 scholen voor de beheersadministratie zou meer in de rede liggen.

3.      Voor de centrale stad en stadsdelen: Een regionale training van bestuurders en opleiding van medewerkers is nodig, met name in het licht van nieuwe ontwikkelingen als lumpsum-financiering.

4.      Voor de centrale stad en de stadsdelen: Verbetering van de communicatie tussen de centrale stad en de stadsdelen op het gebied van financiële rapportages behoeft verbetering. Er wordt geadviseerd een consolidatieset op te stellen, waarin naast de hiervoor genoemde opstelling van reserves en voorzieningen ook andere kengetallen ten aanzien van het onderwijs worden opgenomen.

5.      Voor de stadsdelen: Binnen de beheersprocessen van de financieringsstromen moet onderscheid gemaakt worden tussen lokale onderwijstaken en taken uit hoofde van de rol als bevoegd gezag.

6.      Voor de stadsdelen: Een eenduidige rubricering van reserves en voorzieningen.

7.      Voor de stadsdelen en de schoolleiding: actuele en digitale informatie van zelfbeheermiddelen. Dit zijn de bedragen die door het stadsdeel direct worden overgemaakt naar de afzonderlijke bankrekeningen van de scholen.

8.      Voor de schoolleiding en de stadsdelen:  het opstellen van een meerjarig formatieplan voor de personeelsbezetting (in plaats van voor één jaar).

9.      Voor de schoolleiding en de stadsdelen: formuleren integraal personeelsbeleid.

10.  Voor de schoolleiding en stadsdelen: managementinformatie beschikbaar krijgen over prognoses van loonkosten, niet alleen over realisaties in het verleden.

11.  Voor de schoolleiding en stadsdelen: Een beleid formuleren voor het functie- en beloningsdifferentiatie.

12.  Voor de schoolleiding en de stadsdelen: ID-banen in het risicodragend profiel van de formatie plaatsen.

13.  Voor de stadsdelen: Een op de informatiebehoeften van het primair onderwijs afgestemd geautomatiseerd informatiesysteem, waarin de verschillende onderdelen (financieel, personeel en huisvesting) aanwezig zijn en waarin de informatie direct online toegankelijk is.

14.  Voor de stadsdelen: een goede Planning- en Control-cyclus en administratieve organisatie in het algemeen bij de stadsdelen.

15.  Voor de centrale stad: bindende afspraken maken met de stadsdelen over de Overschrijdingsregeling Financiële Gelijkstelling 1996-2000.

16.  Voor de centrale stad en de stadsdelen: een evaluatie van de bestuurlijke decentralisatie houden en de praktische invulling daarvan.

17.  Voor de stadsdelen: een formeel Plan van Aanpak vaststellen als instellingen van openbaar primair onderwijs worden verzelfstandigd.

 

Wij stellen voor om de aanbevelingen uit het rapport ‘ROB 1´ die betrekking hebben op de centrale stad direct te implementeren. Het gaat dan om de aanbevelingen 1, 3, 4, 15 en 16. Met betrekking tot een aantal aanbevelingen voor de stadsdelen stellen we voor om als centrale stad te helpen bij de implementatie van de aanbevelingen. Het gaat dan om de aanbevelingen 2, 5, 6, 7, 13, 14.

 

Belangrijk is in dit verband de conclusie van de opstellers van het rapport dat stadsdelen onderkennen dat de kwaliteit van het beheersproces verbeterd kan worden. Er is discussie over de mate waarin de ambtelijke capaciteit tekort schiet. De opstellers van het rapport zelf denken dat deze capaciteit tekort schiet. Een volledig overzicht van de reserves per stadsdeel volgt in de rapportage ‘ROB 2’.



[1] Cijfers uit rekeningrapportage vorig jaar, wijkt licht af van cijfers over 2001 uit rapportage van dit jaar.

[2] Cijfers uit rekeningrapportage twee jaar geleden, wijkt licht af van cijfers over 2000 uit rapportage van dit jaar.

[3] Antwoord van de minister, 23 januari 2003, kamervragen 17037, zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 110, vergaderjaar 2002-2003.

[4] De responsiegraad was 6,6%