Raadsnotitie
Onderwijshuisvesting
7 juli
2004
De PvdA wil dat Amsterdamse kinderen en
Amsterdamse onderwijzers beschikken over schone, moderne en goed onderhouden
schoolgebouwen.
Aanleiding tot deze notitie is de
constatering van sterk toegenomen onderwijsreserves in de stadsdelen in de
rapportage over de stadsdeelfinanciën 2002. Tegelijkertijd zijn er klachten
over de kwaliteit van het onderhoud van schoolgebouwen en de voortgang van
nieuwbouw, zo blijkt ook uit een door de PvdA gehouden enquête. Doel van deze
raadsnotitie is om te analyseren hoe het komt dat zowel in het basisonderwijs
(stadsdelen) als in het voortgezet onderwijs (centrale stad) omvangrijke
reserves ontstaan en om mogelijke oplossingen aan te reiken.
We moeten hier rekening houden met de gescheiden
verantwoordelijkheden. In dit verband is er een dubbel onderscheid te maken. In
de eerste plaats kan de Amsterdamse situatie niet los worden gezien van de
ontwikkelingen op Rijksniveau. Het Rijk streeft er naar per 2005 de
huisvestingsgelden direct aan de scholen ter beschikking te stellen. Het is
vooralsnog niet duidelijk of deze streefdatum gehaald wordt en of het alleen om
voortgezet of ook om basisonderwijs gaat.
Daarnaast is het Rijk van plan om per
2006 het basisonderwijs ‘lumpsum’ te financieren. Dat wil zeggen dat de
schotten tussen materiële en personele uitgaven verdwijnen en het geld voor het
basisonderwijs direct aan de scholen wordt overgemaakt. De veranderingen in de
rijksregels betekenen een andere manier van financiële verslaglegging: voortaan
zal door het basisonderwijs een financieel verslag moeten worden overlegd met
goedkeurende accountantsverklaring. Bovendien vraagt de naderende lumpsum
financiering om specifieke kennis.
Een tweede punt betreft de positie van
de stadsdelen ten opzichte van de centrale stad. Het moet duidelijk zijn dat
het absoluut niet onze bedoeling is
te treden in de autonome bevoegdheid van de stadsdelen en hun gekozen besturen.
Integendeel, veel van de problemen die wij constateren kunnen alleen op
stadsdeelniveau worden opgelost. Het is wél nadrukkelijk de bedoeling met deze
notitie waar mogelijk een helpende hand uit te steken richting stadsdelen. Ook
het probleem van de reserves is bepaald niet voorbehouden aan de stadsdelen. De
reserves per leerling zijn bij de Centrale Stad zelfs hoger dan bij de
stadsdelen.
Voor de basisscholen zijn de stadsdelen
verantwoordelijk, voor de scholen in het voortgezet onderwijs de centrale stad.
We nemen daarom ook de problematiek bij de centrale stad onder de loep in deze
notitie. En bij het onderhoud aan scholen manifesteren zich over het algemeen
andere problemen dan bij nieuwbouw of uitbreiding van scholen.
De problematiek valt uiteen in 4
onderdelen:
Centrale Stad Stadsdelen
|
Onderhoud VO |
Onderhoud BO |
|
Nieuwbouw VO |
Nieuwbouw BO |
Op alle vier de onderdelen is sprake
van vertraging in de uitvoering. Zowel bij de centrale stad als bij de
stadsdelen zijn aanzienlijke reserves.
De oorzaken hiervoor zijn divers en
moeilijk onder te verdelen naar gewicht. Een opsomming:
-
Ruimtelijke Ordening-procedures
zorgen voor vertraging
-
Gebrekkige administratie
-
Boekhoudkundige regels en verplichte reserveringen vanuit
het Rijk – waardoor sparen veroorzaakt wordt
-
Inefficiëntie door spaargedrag
-
Gebrek aan regie en coördinatie tussen de verschillende
bestuurslagen
-
Domino effecten van vertragingen in de bouw
-
Gebrek aan of onvoldoende inzet van ambtelijke capaciteit
1.
Aanstellen van regisseur scholenbouw die moet helpen de
procedurele drempels en vertragingen weg te nemen. Deze moet zich zowel richten
op het wegnemen van drempels en vertragingen bij de Centrale stad als bij de
stadsdelen.
2.
Ambtelijke bijstand door taskforce
van ambtenaren met financiële en onderwijsexpertise
te op verzoek van de stadsdelen uit te zenden naar de stadsdelen waar de
reserves het grootst zijn/waar vertragingen zijn ontstaan door onvoldoende
ambtelijke capaciteit. Deze taskforce kan ook worden
ingezet om VO projecten vlot te trekken.
3.
De poolvorming van middelen mogelijk maken en faciliteren, zodat stadsdelen niet meer afzonderlijk hoeven
te sparen. Dit geschiedt uitsluitend op vrijwillige basis door de stadsdelen
zelf, de centrale stad kan hier een faciliterende rol
spelen.
4.
Stadsdelen en Centrale Stad te helpen bij de
samenwerking door overleg te faciliteren en te
stimuleren en kennisdeling mogelijk te maken. De stadsdelen helpen bij het
implementeren van een aantal van deze aanbevelingen die betrekking op de
stadsdelen hebben.
5.
Als centrale stad alle aanbevelingen uit het rapport ´ROB
1´ implementeren en te streven naar versnelling bij de projecten rond
voortgezet onderwijs.
Voorstel:
alvorens deze notitie te preadviseren deze notitie te bespreken in het portefeuillehoudersoverleg onderwijs.
Bijlage 1
– Overzicht acties en toezeggingen gemeenteraad en commissie financiën
·
Op 5 september 2002 is deze
problematiek van stijgende onderwijsreserves in stadsdelen aangekaart in de
Commissie Fin/EZ en wethouder Dales deed toen de
volgende uitspraak over de onderwijsreserves: ‘Bovendien is dat snel te
bekijken en te bespreken omdat de bedragen niet zo groot zijn, en men snel
achter de oorzaken kan komen.’ Hij zou het punt van de onderwijsreserves zeer
snel bespreken met de portefeuillehouders financiën van de stadsdelen en het
meenemen in de besprekingen over het bestuursakkoord.
·
In het bestuursakkoord van 28
november 2002 staat het volgende:
-
Bij de
besluitvorming over de begroting 2003 in het college is afgesproken dat als de
extra middelen in 2003 daadwerkelijk worden besteed, een Integraal
Huisvestingsplan is vastgesteld en de budgettaire ruimte het op dat moment
toelaat, de PM-post uit het programakkoord verder
wordt ingevuld. Naast deze inzet zullen ook de stadsdelen voldoende middelen
moeten blijven inzetten. De eventuele reserves voor onderwijshuisvesting in de
stadsdeelbegrotingen kunnen hierbij een rol spelen.
-
Stadsdelen bereiden in overleg met de centrale stad
de hiervoor mogelijke aanpassingen in de model-“Huisvestingsverordening primair
onderwijs stadsdelen” voor en stellen de in dit verband gewijzigde
stadsdeelverordeningen vast. Met dit instrument kan de eventueel nog te
verkrijgen benodigde extra financiering direct worden aangewend.
-
Op basis van het Integraal
Huisvestingsplan bereidt de centrale stad de mogelijke wijzigingen in de
“Verordening onderwijshuisvesting vo-(v)so”voor. Met dit instrument kan de eventueel nog te
verkrijgen extra financiering direct worden aangewend.
-
Stadsdelen zorgen ervoor dat maatregelen ter
verbetering van de huisvesting van het primair onderwijs, in een van de
volgende onderwijshuisvestingsprogramma’s opgenomen
worden (wettelijke jaarlijkse verplichtingen);
-
Stadsdelen stimuleren scholen om noodzakelijke
werkzaamheden daadwerkelijk in gang te zetten;
-
De centrale stad doet hetzelfde voor noodzakelijke
activiteiten bij het vo en (v)so;
-
De centrale stad stelt een
Integraal Huisvestings en Onderhouds
Plan op voor het voortgezet onderwijs waarin het streven is opgenomen om meer
aandacht te geven aan de positie van het VMBO, in
overeenstemming met het programakkoord.
Inmiddels
is er een Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat grotendeels gedekt is, onder
andere met de middelen die bij Voorjaarsnota 2004 zijn vrijgemaakt.
·
In de commissievergadering
van 7 november 2002 is nog eens gevraagd wanneer het gesprek met de
portefeuillehouders nou eindelijk zou plaats vinden. Dales
zei toen dat dat zeer spoedig zou plaatsvinden.
·
In de sinterklaascommissie
van 5 december werd duidelijk dat het bewuste portefeuillehoudersoverleg
de volgende dag plaats zou vinden.
·
In de commissievergadering
van 9 april 2003, als de
rekeningrapportage over 2001 besproken wordt, zegt Dales
toe er samen met Oudkerk iets aan te doen.
·
In het portefeuillehoudersoverleg
met de stadsdelen is inmiddels afgesproken dat er vanuit de stadsdelen een
notitie betreffende de onderliggende redenen van de cijfermatige ontwikkeling
van de onderwijsmiddelen wordt opgesteld. In zijn brief van 18 februari 2004
aan de gemeenteraad verwijst de Voorzitter Bestuurlijke Werkgroep
Onderwijshuisvesting ter beantwoording van dit verzoek naar kamervragen (zie
bijlage).
·
In reactie op vragen van de
Rekeningencommissie in haar verslag over de gemeenterekening 2001 heeft het
College toegezegd dat er een extern onderzoek zal worden gedaan naar de
kwantiteit, kwaliteit en het beheer van de gelden van het openbaar onderwijs
van de stadsdelen. Dat onderzoek zou uiterlijk in januari 2004 gereed zijn.
·
Inmiddels is het rapport ROB
1 verschenen. Dit is dus het extern onderzoek waarom gevraagd is. De notitie
van de stadsdelen die is toegezegd in het portefeuillehoudersoverleg
is zoals gezegd nog niet verschenen.
Bijlage
– rapportage stadsdeelfinanciën centrale stad
·
In 2002
stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 20% (van 65mln tot 78mln€)
·
In 2001
stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 8% (van 59mln tot 64mln€)[1]
·
In 2000
stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 27% (van 46mln tot 59mln€)[2]
·
In 1999
stegen de onderwijs reserves/voorzieningen met 22% (van 38mln tot 46mln€)
In
de verschillende verslagen over de stadsdeelfinanciën is een aantal keer
hetzelfde rijtje verklaringen opgenomen voor de aanwezige onderwijsreserves:
-
gebrek
aan personele capaciteit
-
geoormerkte
rijksmiddelen of verplichte reserveringen
-
reserveringen
mbt doorvergoedingen en de daarmee samenhangende 5
jaarlijkse afrekening.
Bijlage
2 – cijfers uit kamervragen
Een deel van
de reserves bestaan uit rijksmiddelen. In antwoorden van de minister op
kamervragen wordt er meer duidelijkheid geschapen om hoeveel rijksmiddelen het
gaat.[3]
Er wordt een onderscheid gemaakt in ‘rijksmiddelen voor scholen’ die in
Amsterdam ‘schoolbestuurlijke middelen’ worden genoemd en ‘bestemde
rijksgelden’. De schoolbestuurlijke middelen zijn vergoedingen voor personeel
en materieel van scholen. De ‘bestemde rijksgelden’ omvat onder andere geld
voor Onderwijs in Allochtone Levende Talen en Voor- en Vroegtijdse
educatie. Een overzicht conform de gegevens van de minister:
|
|
Mln€ |
|
Gemeentelijke
middelen voor huisvesting, financiële en materiële doorvergoeding |
11,3 |
|
Eigen
middelen |
11,5 |
|
Schoolbestuurlijke
middelen |
30,6 |
|
Bestemde
rijksgelden |
5,7 |
|
wv OALT |
2,0 |
|
wv Voor- en vroegtijdse educatie |
0,5 |
|
wv Gemeentelijk
Onderwijs Achterstandenbeleid |
3,0 |
|
wv Nieuwkomers |
0,1 |
|
wv Grote Steden Beleid |
|
Het is dus
zaak een duidelijk onderscheid te maken tussen rijksgelden en gemeentelijke
gelden. In het eerste geval heeft de gemeente er namelijk niets mee te maken.
Bijlage 3 – enquete onder scholen
Vragen
(deel 1)
A. Heeft uw school achterstallig onderhoud?
B. Ondervindt uw school vertraging bij de
uitvoering van onderhoud?
C. Heeft uw school verbouwings/uitbreidingsplannen?
|
Antwoorden scholen openbaar onderwijs |
|
|||
|
School |
Stadsdeel |
A. achterst. |
B. vertraging |
C. plannen |
|
|
|
onderhoud |
uitvoer.ondh. |
verb/uitbr |
|
1 |
Zuidoost |
ja |
nee |
Ja |
|
2 |
Zuidoost |
Ja, veel |
ja, |
Ja |
|
3 |
Zuidoost |
Ja, veel |
ja, ernstig |
Ja |
|
4 |
Noord |
ja |
ja |
Nee |
|
5 |
Noord |
ja |
ja |
Ja |
|
6 |
Noord |
ja |
ja, ernstig |
Ja |
|
7 |
Baarsjes |
nee |
nee |
Nee |
|
8 |
Oudwest |
Ja, veel |
ja |
verhuizen |
|
9 |
Centrum |
Ja en Nee |
ja |
Nee |
|
10 |
Osdorp |
nee |
ja |
Ja |
|
Subtotaal |
|
|
|
|
|
openbaar onderwijs |
A. |
B. |
C. |
|
|
Ja |
|
70% |
80% |
60% |
|
Nee |
|
20% |
20% |
30% |
|
Nvt |
|
10% |
0 |
10% |
|
Antwoorden scholen bijzonder onderwijs |
||||
|
11 |
Bos en Lom |
Nee |
Nee |
ja |
|
12 |
Slot/OV |
Ja |
ja, ernstig |
ja |
|
13 |
Centrum |
n.v.t
(nieuw) |
n.v.t. |
n.vt. |
|
14 |
Zuidoost |
Ja, veel |
ja, ernstig |
ja |
|
15 |
Zuidoost |
Ja |
Ja |
ja |
|
Totaal openbaar |
|
|
|
|
|
en bijzonder onderwijs |
A. |
B. |
C. |
|
|
Ja |
|
67% |
73% |
67% |
|
Nee |
|
20% |
20% |
20% |
|
Nvt |
|
13% |
7% |
13% |
Resultaten
openbaar onderwijs, vraag A, B, en C in grafieken:


Conclusie: 70% van de openbare basisscholen heeft te kampen met
achterstallig onderhoud; 80% heeft te kampen met vertraging in de uitvoering
van onderhoud; 60% heeft plannen omtrent uitbreiding en verbouw
Vragen
(deel 2)
D. Welke vertragingen treden op bij de uitvoering van deze plannen en
hoe komt dat?
E. Is naar uw mening bij de stadsdelen voldoende ambtelijke capaciteit
aanwezig/ingezet om de onderwijshuisvesting effectief te kunnen realiseren?
F. In hoeverre speelt de ingewikkelde bestuurlijke
verantwoordelijkheidsverdeling (stadsdeel, rijk, centrale stad, schoolbestuur)
een rol bij de vertraging van onderhoud/nieuwbouw?
G. De centrale stad heeft via het stadsdeelfonds extra geld aan de
stadsdelen ter beschikking gesteld, onder meer ten behoeve van de huisvesting
van het basisonderwijs. Heeft u hier iets van gemerkt?
H. Hoe zijn u contacten met DMO en MEC?
|
Antwoorden scholen openbaar onderwijs (zoz voor statistieken) |
|
|
||||
|
School |
Stadsdeel |
D. reden |
E. voldoende |
F. st.d/rijk/c.s. |
gemerkt |
contacten |
|
|
|
vertraging |
capac. st.deel |
samenwerking |
extra geld |
DMO/MEC* |
|
1 |
Zuidoost |
|
ja |
te veel schijven |
|
Dmo-g, mec? |
|
2 |
Zuidoost |
stadsdeelraad |
nee |
ja |
ja |
|
|
3 |
Zuidoost |
st.deel/bestuur |
nee |
slechte samenw. |
nee |
DMO - nee |
|
|
|
|
|
|
|
MEC-? |
|
4 |
Noord |
|
nee |
slechte samenw. |
ja |
geen contact |
|
5 |
Noord |
|
nee |
|
ja |
DMO weinig, |
|
|
|
|
|
|
|
MEC-? |
|
6 |
Noord |
stadsdelen |
nee |
stroperig proces |
nee |
Beide goed |
|
7 |
Baarsjes |
|
nee |
|
ja |
|
|
8 |
Oudwest |
kopen passend geb. |
nee |
slechte samenw. |
nee |
? |
|
9 |
Centrum |
n.v.t. |
cap-nee |
slechte samenw. |
ja |
|
|
|
|
|
kwal-ja |
|
|
|
|
10 |
Osdorp |
procedures St.deel |
ja |
slechte samenw. |
ja |
Beide goed |
|
|
|
|
|
|||
|
Antwoorden scholen bijzonder onderwijs |
|
|
|
|||
|
11 |
B&L |
bureaucratie |
cap-nee |
|
nee |
Beide goed |
|
|
|
|
kwal-ja |
|
|
|
|
12 |
Slot/OV |
st.d.raad |
nee |
ja |
nee |
|
|
13 |
centrum |
n.v.t. |
nee |
stroperig proces |
nee |
|
|
14 |
zuidoost |
CSI/bestuur |
Nee |
slechte samenw. |
nee |
DMO-gMEC? |
|
15 |
zuidoost |
wachten op nieuwbouw |
Ja |
heel veel |
nee |
|
* 'g' dwz 'goed'; '?' dwz weet niet wat het is.
Conclusie: 50% van de openbare basisscholen
noemt het stadsdeel als reden voor vertraging bij de uitvoering van plannen;
70% vindt dat stadsdelen te weinig ambtelijke capaciteit hebben om de
onderwijshuisvesting te realiseren; 80% vind dat verschillende
verantwoordelijke bestuurslagen niet goed samenwerken; het contact met DMO
wordt over het algemeen als goed ervaren.
30% van de genquêteerden
heeft niets gemerkt van de extra gemeentelijke budgetten de meerderheid dus
wel; maar van de scholen met vertraging bij de uitvoering van onderhoud heeft
een meerderheid niets gemerkt van het extra geld (63%, zie onderste grafiek
volgende pagina). Van de scholen voor bijzonder onderwijs heeft overigens geen
enkele school iets gemerkt van het extra geld. Zie voor de uitwerking van deze
statistieken volgende pagina. Daar staan deze gegevens ook uitgedrukt als
percentage van de scholen met problemen/plannen.
Naar aanleiding van antwoorden scholen openbaar
onderwijs: |
|
|||
|
% geenqueteerden dat |
D.
stadsdeel |
E.
stadsdeel te |
F.
slechte samen- |
G.
Niets ge- |
|
het eens is met het onder |
reden |
weinig
amb. |
werking
bestuurs |
merkt
van |
|
D, E, F en G genoemde |
vertraging |
capaciteit |
lagen |
extra
geld |
|
als % vh totaal |
50% |
70% |
80% |
30% |
|
als % vd scholen met |
43% |
86% |
86% |
43% |
|
achterstallig onderhoud |
|
|
|
|
|
('ja' op vr.A) |
|
|
|
|
|
als % vd scholen met |
50% |
75% |
88% |
63% |
|
vertraging in onderhoud |
|
|
|
|
|
('ja' op vr.B) |
|
|
|
|
|
als % vd scholen met
verb. |
67% |
67% |
67% |
50% |
|
& uitbr plannen
('ja' op vr. C) |
|
|
|
|




Vragenlijst
enquête[4]
1. Welke functie heeft u?
Directeur/Ouder medezeggenschapsraad/Schoolbestuurder
(weghalen wat niet van
toepassing is)
2. In welk stadsdeel werkt
u/staat uw school?
3. Is uw school openbaar of
bijzonder?
4. Heeft uw school
achterstallig onderhoud?
5. Ondervindt uw school
vertraging bij de uitvoering van onderhoud?
6. Heeft uw school
vertraging bij de uitvoering van onderhoud?
7. Heeft uw school verbouwings/uitbreidingsplannen?
8. Welke vertragingen
treden op bij de uitvoering van deze plannen en hoe komt dat?
9. Heeft u
nieuwbouwplannen? Zo ja, liggen die op schema, zo nee, waarom niet?
10. Is naar uw mening bij de stadsdelen
voldoende ambtelijke capaciteit aanwezig/ingezet, zowel in kwalitatieve als in
kwantitatieve zin, om de onderwijshuisvesting effectief te kunnen realiseren?
11. In hoeverre speelt de ingewikkelde
bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling (stadsdeel, rijk, centrale stad,
schoolbestuur) een rol bij vertraging van schoolonderhoud/nieuwbouw?
12. Hoe zijn uw contacten met
DMO en MEC?
13. De centrale stad heeft via het stadsdelenfonds
extra geld aan de stadsdelen ter beschikking gesteld, onder meer ten behoeve
van de huisvesting van het basisonderwijs. Heeft u hier iets van gemerkt?
14. Zijn er andere belemmerende factoren
welke een goede onderwijshuisvesting in de weg staan, die u niet bij een van de
bovenstaande vragen onder kunt brengen?
15. Zijn er andere
vraagstukken die om onze aandacht vragen?
Dank voor uw medewerking!
Bijlage 4 - Overzicht nog uit te geven bedragen voor goedgekeurde voorzieningen vo- (v)so voor de jaren 1998 t/m
2003
Naar aanleiding van de vraag over niet uitgegeven
middelen voor onderwijshuisvesting bij de centrale stad het volgende:
Door middel van huisvestingsprogramma’s heeft de
gemeenteraad voor de jaren 1998 ( 1e jaar) tot en met 2003 voor ca.
€ 162,2 mln. aan voorzieningen voor het
voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs goedgekeurd. In onderstaand overzicht is opgenomen welke
bedragen per 10 maart 2004 nog niet zijn
uitgegeven.
De bedragen die met het huisvestingsprogramma 2004
zijn goedgekeurd en die half januari 2004 aan de schoolbesturen zijn gemeld,
zijn buiten beschouwing gelaten aangezien er nog nauwelijks tijd geweest is om
tot realisatie en besteding hiervan te komen.
|
|
|
Nog
uit te geven |
|
Speciaal Onderwijs |
1998 |
|
|
Voortgezet Onderwijs |
1998 |
18.038,00
|
|
|
|
|
|
Speciaal Onderwijs |
1999 |
|
|
Voortgezet Onderwijs |
1999 |
101.836,00
|
|
|
|
|
|
Speciaal Onderwijs |
2000 |
44.489,00
|
|
Voortgezet Onderwijs |
2000 |
6.733.153,00
|
|
|
|
|
|
Speciaal Onderwijs |
2001 |
93.854,00
|
|
Voortgezet Onderwijs |
2001 |
10.507.691,81
|
|
|
|
|
|
Speciaal Onderwijs |
2002 |
3.498.571,00
|
|
Voortgezet Onderwijs |
2002 |
9.849.430,00
|
|
|
|
|
|
Speciaal Onderwijs |
2003 |
3.424.250,55
|
|
Voortgezet Onderwijs |
2003 |
16.999.014,33
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
|
51.270.327,69
|
|
|
|
|
Bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op de DMO-registratie waarin de uitputting van middelen wordt
bijgehouden. Per toegekende voorziening
is de uitputting bekend. Om voor elk van de nog niet (geheel) opgeleverde en
afgerekende voorzieningen de reden daarvan te melden leidt tot een veelheid aan
informatie. Hieronder wordt daarom ingegaan op de oudste en vooral grotere nog
openstaande posten.
Het nog niet uitgegeven bedrag wordt hiermee voor
ca. 80% toegelicht.
Het openstaande bedrag van 1998 heeft betrekking op een voorziening voor de vo-school Maimonides die deze
voorziening wil combineren met een nog te plegen grote aanpassing aan het
gebouw.
Het bedrag dat openstaat voor 1999 heeft voor 75% betrekking op het saneren van een niet
meer in gebruik zijnde olietank van de vmbo school de
Berkhof, die zich onder het schoolplein bevindt. Er wordt gezocht naar een goed
moment waarop de tank zonder gevaar voor de leerlingen verwijderd kan worden.
Het nog niet uitgegeven bedrag voor 2000 heeft voor € 4,3 mln.
betrekking op de vervangende nieuwbouw voor het Caland-lyceum, waaraan al volop gebouwd wordt maar waarvoor
het schoolbestuur, het stadsdeel Osdorp,
echter nog niets gedeclareerd heeft.
Voor € 1,3 mln. heeft het betrekking op de uitbreiding van het Hervormd
Lyceum zuid waar de buurt ruimschoots de tijd genomen heeft om gebruik te maken
van de inspraak mogelijkheden die de Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt. (In
september 2004 wordt met instemming van de buurt begonnen met de verbouwing en
uitbreiding)
Het
openstaande bedrag voor 2001
heeft voor € 5,8 mln. betrekking op de uitbreiding en aanpassing van de Open
Scholengemeenschap Bijlmermeer die in een later jaar ook uitbreiding met
gymzalen heeft gevraagd en gekregen en die e.e.a in 1
keer wil realiseren. In september 2004 wordt met de bouw begonnen. Voor € 2,1 mln. heeft het betrekking op
vervanging van een deel van de ISA vmbo-school in
noord waarbij een combinatie met woningbouw gerealiseerd gaat worden. Het
stadsdeel twijfelt nu over het maximaal aantal woonetages. Een bedrag van € 1,4 mln. staat nog open voor
de ISA-vmbo-school west. Het schoolbestuur is daar in onderhandeling
met een schoolbestuur over uitruil van twee afdelingen die ook efficiënter
gebruik van schoolgebouwen mogelijk maakt en waardoor deze voorziening wellicht
niet meer nodig is.
Het nog niet uitgegeven bedrag voor het jaar 2002 heeft voor € 1,7 mln.
betrekking op vervangende nieuwbouw voor de vso-zmlk Kingmaschool in noord waarvoor tot nu toe geen geschikte
locatie gevonden is. B&W benadert
het schoolbestuur (het stadsdeel ) met
het verzoek om actie. Voor € 1,2 mln.
heeft het betrekking op aankoopkosten van een schoolgebouw, waarvan de de vso-zmokschool de Werkruimte al wel gebruik maakt, maar waar de overdracht van het stadsdeel
Geuzenveld naar de centrale stad nog juridisch en financieel geregeld moet
worden.
Een bedrag van € 2,3 is nog niet uitgegeven voor vervangende bouw van een deel van het Bredero-college omdat het stadsdeel (=schoolbestuur) ook de
mogelijkheden van een uni-locatie voor het gehele Bredero-college wenst te onderzoeken. Voor € 1,9 mln. heeft het betrekking op de
vervangende bouw van het bij 1999 reeds genoemde Caland-college
waar wel wordt gebouwd maar nog niet is gedeclareerd. Het Barlaeus
gymnasium kan voor de dit jaar op te leveren renovatie nog € 0,9 mln. op grond
van de toekenning in 2002 declareren.
Voor het hervormd Lyceum west, dat in mei gaat aanbesteden, staat uit
2002 nog € 2,9 mln. open.
Van de bedragen die voor voorzieningen met het
programma voor het jaar 2003 zijn
goedgekeurd staat
€ 8,2 mln.
open voor vervangende nieuwbouw voor de vmbo-school
de Meer. De buurt, stadsdeelraad en nu
ook het stadsdeelbestuur hebben moeite met vervangende bouw op dezelfde
locatie. Onderzocht wordt of in de
omgeving van het nieuwe station “science park” een
plek voor deze school gevonden kan worden.
Projecten voor een bedrag van € 5,5 mln. zijn al
begonnen (vso-zmok Werkruimte , Purmerweg)
of beginnen binnenkort ( hervormd lyceum zuid) zodat deze binnenkort
gedeclareerd zullen worden. Van het nog
niet bestede bedrag voor 2003 is € 1,2 mln. bestemd voor vervangende bouw van
de vso-zmokschool de Werkruimte in zuidoost. De school heeft onlangs van het stadsdeel
duidelijkheid over de toegewezen locatie gekregen en is volop bezig met het ontwerp
van de nieuwbouw.
Bijlage 5
- analyse n.a.v. ‘ROB 1´
Een deel van
de reserves bestaan uit rijksmiddelen (zie bijlage 2). De problemen die onder
de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen concentreren zich bij de
huisvestingsproblematiek. Bij de huisvestingsproblematiek speelt de centrale
stad een rol in de vorm van bestemmingsplannen. Inspraakrondes en wijzigingen
hieromtrent kunnen tot aan de Raad van State duren.
In het rapport wordt verder een heel
aantal nuttige aanbevelingen gedaan. Een overzicht:
1. Voor de centrale stad en stadsdelen: Ontvlechting van de beheersadministratie tussen de
administratie ten behoeve van de onderwijsregelgeving en de gemeenterekening.
De eisen voor de verschillende rapportages zijn tegenstrijdig en leiden tot
verwarring.
2. Voor de stadsdelen: De huidige
omvang van de beheersadministratie ten behoeve van het stadsdeel als bevoegd
gezag moet uitgebreid worden. Een omvang van 15 á 25 scholen voor de
beheersadministratie zou meer in de rede liggen.
3. Voor de centrale stad en stadsdelen: Een regionale training van bestuurders en opleiding van
medewerkers is nodig, met name in het licht van nieuwe ontwikkelingen als lumpsum-financiering.
4. Voor de centrale stad en de stadsdelen: Verbetering van de communicatie tussen de centrale stad en
de stadsdelen op het gebied van financiële rapportages behoeft verbetering. Er
wordt geadviseerd een consolidatieset op te stellen, waarin naast de hiervoor
genoemde opstelling van reserves en voorzieningen ook andere kengetallen ten
aanzien van het onderwijs worden opgenomen.
5. Voor de stadsdelen: Binnen de
beheersprocessen van de financieringsstromen moet onderscheid gemaakt worden
tussen lokale onderwijstaken en taken
uit hoofde van de rol als bevoegd gezag.
6. Voor de stadsdelen: Een
eenduidige rubricering van reserves en voorzieningen.
7. Voor de stadsdelen en de schoolleiding: actuele en digitale informatie van zelfbeheermiddelen. Dit
zijn de bedragen die door het stadsdeel direct worden overgemaakt naar de
afzonderlijke bankrekeningen van de scholen.
8. Voor de schoolleiding en de stadsdelen: het opstellen van
een meerjarig formatieplan voor de personeelsbezetting (in plaats van voor één
jaar).
9. Voor de schoolleiding en de stadsdelen: formuleren integraal personeelsbeleid.
10. Voor de schoolleiding en stadsdelen: managementinformatie beschikbaar krijgen over prognoses van
loonkosten, niet alleen over realisaties in het verleden.
11. Voor de schoolleiding en stadsdelen: Een beleid formuleren voor het functie- en
beloningsdifferentiatie.
12. Voor de schoolleiding en de stadsdelen: ID-banen in het risicodragend
profiel van de formatie plaatsen.
13. Voor de stadsdelen: Een op de
informatiebehoeften van het primair onderwijs afgestemd geautomatiseerd
informatiesysteem, waarin de verschillende onderdelen (financieel, personeel en
huisvesting) aanwezig zijn en waarin de informatie direct online
toegankelijk is.
14. Voor de stadsdelen: een goede
Planning- en Control-cyclus en administratieve
organisatie in het algemeen bij de stadsdelen.
15. Voor de centrale stad:
bindende afspraken maken met de stadsdelen over de Overschrijdingsregeling
Financiële Gelijkstelling 1996-2000.
16. Voor de centrale stad en de stadsdelen: een evaluatie van de bestuurlijke decentralisatie houden
en de praktische invulling daarvan.
17. Voor de stadsdelen: een formeel
Plan van Aanpak vaststellen als instellingen van openbaar primair onderwijs
worden verzelfstandigd.
Wij stellen
voor om de aanbevelingen uit het rapport ‘ROB 1´ die betrekking hebben op de
centrale stad direct te implementeren. Het gaat dan om de aanbevelingen 1, 3,
4, 15 en 16. Met betrekking tot een aantal aanbevelingen voor de stadsdelen
stellen we voor om als centrale stad te helpen bij de implementatie van de
aanbevelingen. Het gaat dan om de aanbevelingen 2, 5, 6, 7, 13, 14.
Belangrijk
is in dit verband de conclusie van de opstellers van het rapport dat stadsdelen
onderkennen dat de kwaliteit van het beheersproces verbeterd kan worden. Er is
discussie over de mate waarin de ambtelijke capaciteit tekort schiet. De
opstellers van het rapport zelf denken dat deze capaciteit tekort schiet. Een
volledig overzicht van de reserves per stadsdeel volgt in de rapportage ‘ROB 2’.
[1] Cijfers
uit rekeningrapportage vorig jaar, wijkt licht af van cijfers over 2001 uit
rapportage van dit jaar.
[2] Cijfers
uit rekeningrapportage twee jaar geleden, wijkt licht af van cijfers over 2000
uit rapportage van dit jaar.
[3] Antwoord van de minister, 23 januari 2003, kamervragen
17037, zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 110, vergaderjaar 2002-2003.
[4] De responsiegraad was 6,6%